Gerard Dummer

Alles over Onderwijs en ICT.

Browsing Posts tagged tpack

Je kunt aan YouTube-video’s ook multiple choice vragen toevoegen. Ik was op zoek naar zo’n optie om te kijken of je hiermee kennisclips ook interactiever kunt maken. Ik heb hiervoor wederom de kennisclip van TPACK gebruikt die is gemaakt door mijn collega Don Zuiderman. Daarvoor was het nodig om de video te remixen zodat ik het aan mijn eigen producties zou kunnen toevoegen. Daarna heb ik de vragen toegevoegd. Zie dit bericht op WebSonic.nl hoe dat gaat.

Volgens mij is het interessant om te onderzoeken of studenten meer opsteken van kennisclips met vragen tijdens de clip dan van kennisclips zonder vragen of met vragen achteraf. Iemand daarover al een idee?

Een kennisclip van mijn collega Don Zuiderman over TPACK heb ik bewerkt het met programma Popcorn Maker van Mozilla Webmaker. Ik heb er een korte pauze ingelast, een tekstoverlay toegevoegd, een loop ingesteld en een popup naar voren laten komen.  Resultaat zie je hieronder. De oorspronkelijke clip van Don is er natuurlijk nog gewoon maar in deze zie je wat toevoegingen. Deze toevoegingen zijn vooral bedoeld om de werking van Popcorn Maker te laten zien. De clip an sich vond ik al goed!

Dat waren de drie belangrijkste onderwerpen die in het college voor de derdejaars studenten van de pabo in Amersfoort aan bod zijn gekomen.



Studenten zijn bezig om leervragen uit te werken (kleine onderzoekjes in kader van vak). Bij een van de leervragen moeten de studenten ook ICT inzetten.

Het tweede onderwerp ontstond naar aanleiding van een Twitteropmerking van een van onze studenten over pesten in de klas.



Het derde onderwerp is van belang omdat studenten voortdurend moeten nadenken over hun visie op onderwijs. Ik merk dat veel van de onderwerpen die ik langs zie komen (21 first century skills, O4nt, Sugata Mitra, Ken Robinson, Operation Education) nog niet bij de studenten bekend zijn (nog niet ergens in de lessen aan bod gekomen, niet op de stageschool gezien of gewoon verder nog niet bekend).

Een vol college met veel informatie. Om meer input van de studenten te krijgen heb ik op verschillende momenten gebruik gemaakt van Mentimeter en Padlet (voorheen Wallwisher).

De eerstejaars studenten van de Pabo in Amersfoort krijgen dit kwartaal aanbod over hoe ze ICT in de les kunnen inzetten. We focussen daarbij op de inzet van ICT in de instructiefase en de verwerkingsfase.

We hebben hiervoor vijf bijeenkomsten ingepland staan. Daarvan is het startcollege geweest en nu één les. In deze blogpost ga ik op de twee bijeenkomsten in. Meeste aandacht gaat uit naar bijeenkomst 1: Taal en ICT.

Startbijeenkomst
De startbijeenkomst is verzorgd door mijn collega Don Zuiderman. In het startcollege is uitgelegd wat de grote lijn is van het komende thema. Een paar belangrijke punten wil ik hier uitlichten.

Mentimeter
Om studenten te activeren heeft Don het programma Mentimeter ingezet. Daarmee vroeg hij studenten de mening te geven over ICT in het onderwijs.

Kennisclips
Om tijd effectief te benutten met vaardigheden in de lessen heeft Don kennisclips gemaakt. In de presentatie zie je de links naar de clips.

Leskompas
Als gastspreker hadden we voor de eerstejaars Arjen van der Lely uitgenodigd om een en ander te komen vertellen over Leskompas. Studenten hebben gedurende de vier jaar van hun opleiding gratis toegang tot deze omgeving voor hun groep.


Bijeenkomst 1

In bijeenkomst 1 hebben de studenten kennis gemaakt met de mogelijkheden van ICT en Taal. Omdat we maar 1 uur hebben hebben we natuurlijk lang niet alle mogelijkheden kunnen bespreken. In elke les is het doel van ons om studenten ideeën te geven over hoe ze ICT in de instructie kunnen inzetten en hoe ze ICT tijdens de verwerkingsfase in kunnen zetten.




Belangrijke ontwerpvoorwaarde voor ons in de les was dat we studenten vanuit een authentieke opdracht iets wilden laten ontwerpen. Ingegeven door het model van Tondeur et al (2012) (zie ook de post) wilden we dat studenten leren hoe ze ICT kunnen integreren door zelf lessen te ontwerpen waarin ICT wordt gebruikt.

Die ontwerpvoorwaarde zorgde ervoor dat we goed na moesten denken over de manier waarop we studenten in deze korte tijd een zinvolle opdracht zouden kunnen laten maken. Studenten hebben namelijk nog weinig kennis van het geven van een effectieve instructie, de fasen van het stelproces en wat hierbij komt kijken. In de casusbeschrijving hebben we daarom stap voor stap instructies gegeven.

Introductieopdracht_Digibord by

Naast de introductie/ instructieopdracht wilden we studenten ook laten zien hoe ze ICT zouden kunnen inzetten in de verwerkingsfase. We wilden hen laten kennis maken met tools die interessant zijn en hen tegelijkertijd vanuit stellen een zinvolle opdracht meegeven. We hebben er voor gekozen om studenten feedback te geven op werk van leerlingen. Hiervoor hebben we WikiKids gebruikt en Google Drive. Artikelen op WikiKids met het sjabloon Verbeteren hebben we aan de studenten gegeven met de opdracht om die van feedback te voorzien. Aan het eind van de les hebben we besproken wat voor type feedback ze leerlingen hebben gegeven. Studenten moesten nadenken wat ze nu belangrijk vonden om feedback op te geven en hoe ze dat zouden verwoorden.

Verwerkingsopdracht 1 Wikikids_web by

Datzelfde hebben we ook gedaan met Google Drive. Hierbij hebben we artikelen van WikiKids gehaald en bewerkt klaargezet om te worden voorzien van feedback.

Verwerkingsopdracht 2 Google Drive by

De bijeenkomst zijn we trouwens begonnen met een korte terugblik op de startbijeenkomst. Hiervoor hadden we gebruikt gemaakt van Proconnect van Prowise. Het was de eerste keer dat ik het gebruikte en was voor mij dus nog een beetje onwennig. Opzetten is echter erg makkelijk.

Boeken bestaan inmiddels vijftig jaar. Tijd voor een overzichtsartikel met speciale aandacht voor boeken in het onderwijs. Waarom gebruiken nog niet alle leraren vanzelfsprekend boeken? En hoe kan hier verandering in komen? In dit artikel komt het allemaal aan bod. Plus een verklarende woordenlijst waarin je te weten komt wat het verschil is tussen bookies en nookies.

Boeken in de Wereld Om Ons Heen

Hoe kunnen we ICT integreren in de lerarenopleiding? Die vraag stond centraal in de bijeenkomst die ik vandaag heb verzorgd op Driestar Hogeschool. Op uitnodiging van Michel Vaders heb ik verteld welke ervaringen wij hiermee hebben op Hogeschool Utrecht (Pabo Amersfoort).
Het was een bijeenkomst waar we met behulp van de presentatie die ik had voorbereid een mooie discussie hebben gevoerd. Ik had een aantal invalshoeken voorbereid: vanuit een voorbeeldopdracht theoretische concepten toelichten, twee modellen voor ICT-integratie in de lerarenopleiding, vanuit een opleidingsdidactiek nadenken over ICT-integratie en laten zien van praktische voorbeelden van hoe je ICT zou kunnen integreren.
In de bijeenkomst hebben we uiteindelijk gekozen voor de invalshoek van de opleidingsdidactiek en de praktische voorbeelden. Het was voor het eerst dat ik met behulp van een opleidingsdidactiek heb aangegeven hoe je studenten ICT-competent kunt maken. Ik heb hierbij gekozen voor het concern based model van Fuller en Brown. In de presentatie hieronder vind je die op dia 64 tot en met 70. Ik ben benieuwd wat anderen van deze opbouw in opdrachten vinden die aansluiten bij de concerns van de studenten.

De Werkgroep (i.o.) ICT en lerarenopleider nodigt VELON-leden uit die mee willen denken over de consequenties die ICT heeft op jouw als lerarenopleider. De VELON heeft een beroepsstandaard ontwikkeld (http://www.velon.nl/registratie_lerarenopleiders) en een kennisbasis van de lerarenopleider (http://www.velon.nl/registratie_lerarenopleiders). De vraag is of de gedachtengoed die ontwikkeld is onder meer op het gebied van 21e Century Skills (zie: Voogt. J. & Roblin, N. P., 2010) en TPACK (http://www.tpack.nl/) al voldoende is doorgedrongen in de lerarenopleiding in het algemeen en in het bijzonder tot de lerarenopleider in het bijzonder. Als we kijken naar zowel de beroepstandaard als de kennisbasis zouden daar vraagtekens bij  gezet kunnen worden.

 In een bijeenkomst op 13 juni van 9.30 tot 11.30 worden de beroepsstandaard en de kennisbasis van de lerarenopleiders bekeken in het licht van de theorie rondom ICT. Onder leiding van Dr. J. Voogd (Wetenschappelijke staf van de vakgroep Curriculumontwerp & Innovatie van de Universiteit van Twente; (http://goo.gl/bDPkF) en Dr. Guus Wijngaards (lector e-learning bij de hogeschool InHolland (http://goo.gl/4AA92) wordt hierover een discussie gevoerd met als doel: verbetervoorstellen schrijven voor de beroepsstandaard en toevoegingen doen voor de kennisbasis voor lerarenopleiders.

 De bijeenkomst vindt plaats op 13 juni 2012 van 9.30 tot 11.30 uur op PABO van de Hogeschool Utrecht, Locatie Amersfoort. De Nieuwe Poort 21, Amersfoort. Aanmelden? Stuur een mail naar gerard.dummer@hu.nl

 Erik Bolhuis en Gerard Dummer

In januari 2012 is het rapport Een goede basis, advies van de Commissie Kennisbasis Pabo verschenen. In deze blogpost sta ik stil bij de volgende punten:

  • wat houdt dit rapport in
  • wat zijn de belangrijkste adviezen die de commissie doet
  • Op welke manier komt ICT terug in dit advies?
  • Wat vind ik van de manier waarop ICT in dit advies terug komt?

wat houdt dit rapport in
Doel van het rapport is om te komen tot een het antwoord op de vraag: wat is het vakinhoudelijke profiel van de beginnende leraar basisonderwijs? Aanleiding voor dit rapport was de ontwikkeling van de 14 kennisbases, geïnitieerd door de HBO-raad. Aanleiding hiervoor weer waren discussies over breedte en diepte van het (kennis)niveau de Pabo-studenten.

wat zijn de belangrijkste adviezen die de commissie doet
De belangrijkste adviezen zijn de volgende:

  1. Eisen stellen aan de instroom
  2. Ontwikkelen van een beperkt kerncurriculum voor alle vakken
  3. Landelijke toetsing als extra garantie voor (een deel van) dat kerncurriculum
  4. Ontwikkelen van mogelijkheden tot profilering op één of meer vakken
  5. Aanvullende bewkaamheidseisen in de inductieperiode

De commissie geeft aan dat er hogere eisen gesteld moeten worden aan de instroom zodat de Pabo zich niet hoeft te richten op bijspijkeren van studenten die het gewenste beginniveau nog niet hebben.
Het kerncurriculum bestaat uit de vakken: aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek, geestelijke stromingen, muziek, dans en drama, beeldend onderwijs, Engels, handschrift en bewegingsonderwijs. Voor deze vakken geldt: liever een paar onderwerpen goed dan alles er in stoppen. Het gaat hierbij om vier elementen:

  • Wat is de specifieke positie van deze vakken in de basisschool
  • Wat is de conceptuele basisstructuur van de vakken
  • Hoe ontwikkelen kinderen zich in grote lijnen met betrekking tot deze vakken
  • Waar zitten raakpunten en combinatiemogelijkheden tussen de vakken onderling.

Over de toetsing zegt de commissie dat het een aanbeveling zou zijn om te streven naar gemeenschappelijk te ontwikkelen diagnostische toetsen over de volle breedte van het kerncurriculum. Voor een beperkt aantal vakken zouden er toetsen moeten komen die een certificerende functie hebben door ze verplicht te stellen en een landelijke cesuur te geven. Het gaat daarbij om de vakken: Engels, aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek.
Een student moet zich verder naast het kerncurriculum kunnen specialiseren. De opleidingen krijgen zelf ruimte om deze specialisatie vorm te geven. Uitgangspunt wel is dat in elke profilering in ieder geval het profieldeel van één vak is verwerkt.
Tot slot adviseert de commissie dat er in de inductieperiode (drie tot vijf jaar na afstuderen) ruimte moet komen voor aanvullende professionalisering.
De commissie geeft aan dat de vijf adviezen in samenhang moeten worden uitgevoerd. De ene helft uitvoeren en de andere niet werkt niet.

Op welke manier komt ICT terug in dit advies?
ICT komt op verschillende manieren terug in het rappoprt. Het komt terug in de verschillende kenisbases en in bijlage 1 waarin de generieke kennisbasis wordt besproken. Ik zal per kennisbasis aangeven op wat voor manier ICT hierin is opgenomen.

Kennisbasis aardrijkskunde
ICT is in het kerndeel opgenomen onder het kopje De samenhang met andere vakken:

4.3 De student kan didactische hulpmiddelen kiezen voor het ontwikkelen van onderzoeksvaardigheden bij kinderen. De student kan eigentijdse ICT-hulpmiddelen kiezen bij het bepalen van werkvormen en benoemt in zijn verantwoording de relatie met de kwaliteitsverhoging van het aardrijkskunde onderwijs.

Kennisbasis geschiedenis
ICT is in het kerndeel opgenomen onder het kopje De samenhang met andere vakken:

4.3 De student kan aangeven hoe mediadidactiek en mediawijsheid in het geschiedenisonderwijs worden toegepast.

Kennisbasis Natuur en techniek

ICT is expliciet opgenomen in het kerndeel onder het kopje De samenhang met andere vakken:

4.3 De student kan eigentijdse ICT-hulpmiddelen kiezen bij het bepalen van werkvormen voor natuur en techniek.

Onder het kopje Structuur van het vak gaat het ook nog over technologie:

2.3 De student kan natuurwetenschappelijke en technologische denk- en werkwijzen hanteren bij het onderzoeken en ontwerpen.

Kennisbasis geestelijke stromingen

ICT komt hier aan bod in het profieldeel:

2.3 De student geeft voorbeelden van de samenhang tussen de tijdsgeest, de cultureel-maatschappelijke conctext enerzijds en de opvattingen en uitingen van kinderen en volwassenen anderzijds. Hij onderkent het belang van beeldvorming in dit verband, met name via de media.

Kennisbasis Muziek

ICT is in het kerndeel van Muziek opgenomen onder het kopje De samenhang met andere vakken:

4.3 De student kan eigentijdse ICT-hulpmiddelen kiezen bij het bepalen van de werkvormen voor muziek.

In het profieldeel is onder het kopje Het vak en de leerlingen het volgende over ICT opgenomen:

3.4 De student kan inspelen op het gegeven dat leerlingen buiten de basisschool muzikaal gevormd worden door het downloaden van muziek, het met elkaar uitwisselen van muziek en muziek bij games en andere media.

Kennisbasis Dans en drama

ICT komt in het kerndeel aan bod onder het kopje Het vak en de leerlingen:

3.3 De student kan keuzes maken voor het gebruik van digitaal beeld- en geluidsmateriaal en software, vanuit de relevantie voor de betreffende leeftijdsgroep.

In het profieldeel staat onder het kopje Het vak en de leerlingen is ICT als volgt opgenomen:

3.4 De student kan inspelen op het gegeven dat leerlingen buiten de basisschool mede gevormd worden door dans en drama/ theater op televisie, internet en via andere media

Kennisbasis beeldend onderwijs

In het belang van het vak voor beeldend onderwijs staat dat we leven in een beeldcultuur. Dat beïnvloedt ons. Deze beelden dragen bij aan de ontwikkeling van kinderen. In het kerndeel staat onder het kopje De samenhang met andere vakken het volgende:

4.3 De student kan keuzes maken voor het gebruik van digitaal beeldmateriaal en software vanuit de relevantie voor beeldend onderwijs en de betreffende leeftijdsgroep.

In het profieldeel staat onder het kopje Het vak en de leerlingen dat:

3.4 De student kan inspelen op het gegeven dat leerlingen buiten de basisschool mede gevormd worden door de hedendaagse beeldcultuur op televisie, internet en via andere media.

Kennisbasis Engels

In het kerndeel staat ICT onder het kopje De samenhang met andere vakken:

4.3 De studenten kan voorbeelden geven van toepassing van mediadidactiek en mediawijsheid in het onderwijs Engels.

Kennisbasis Handschrift

In het kerndeel staat ICT als onderdeel van de structuur van het vak:

2.2 De student heeft kennis van verschillende materialen (potlood, fineliner, vulpen, gelpen, balpen, toetsenborden) en schriftdragers en kan de invloed op het proces en de vormgeving (product, geschreven tekst) beschrijven bij kinderen.

ICT in de generieke kennisbasis

In het rapport staat het volgende over ICT in de kennisbases en de generieke kennisbasis:

Er is geen aparte kennisbasis voor ICT en media. Deze is opgenomen in de kennisbasis generiek. De toepassing van deze kennis doorsnijdt het hele beroepsmatig handelen van een eigentijdse leraar basisonderwijs. Het maakt daarmee integraal deel uit van alle kennisbases. ICT en media zijn zowel inhoud van onderwijs als middel om eigentijds onderwijs te verzorgen in alle vakken. Juist door er geen aparte kennisbasis voor te definiëren wordt benadrukt dat dit thema expliciet in alle vakken dient terug te komen. Waar mogelijk en relevant zijn in de vakken ICT-doelen opgenomen, te combineren met meer generieke kennis van mediadidactiek.

Wat vind ik van de manier waarop ICT in dit advies terug komt?
Ik ben blij dat ICT in alle kennisbases expliciet is opgenomen als onderdeel. Het is als onderdeel opgenomen in de kerndelen van de kennisbases. Ik zie dat in de meeste kennisbases ICT als didactisch hulpmiddel wordt ingezet. Je zou kunnen zeggen: de Technological Pedagogical Knowledge. Bij een aantal vakken (beeldend onderwijs bijvoorbeeld) zie je dat ook duidelijk wordt gemaakt dat ICT de inhoud van het vak ook verandert (de Technological Content Knowledge). In de generieke kennisbasis wordt duidelijk dat het zowel de didactiek als de inhouden kan veranderen (en dat je als leerkracht dus TPACK-competent moet zijn).
In de verschillende kennisbases worden verschillende terminologieën gebruikt zoals ICT-hulpmiddelen, mediadidactiek en mediawijsheid. Die laatste twee zijn belangrijke termen. Wel enigszins generiek en daarmee op meerdere manieren in te vullen.

Dekt dit ook de Kennisbasis ICT zoals die door ADEF is geformuleerd? Dat vind ik lastig te zeggen. Het zou kunnen als in de uitwerking van de curricula de rol van ICT nadrukkelijk wordt meegenomen. Dat betekent dat ICT-experts op alle Pabo’s betrokken moeten worden bij de verdere ontwikkelingen. Die kunnen er voor zorgen dat ICT expliciet terug komt in de toetsing. Dat geldt niet alleen voor de kennistoetsen maar ook voor toetsen die meer een beroep doen op de toepassing van de kennis. Is de kennis van ICT-hulpmiddelen, mediadidactiek en mediawijsheid niet expliciet vastgelegd in de toetsing dan ondermijnt dit de borging van ICT in het opleidingsonderwijs.

Tot slot. Alle kennisbases zijn verdeeld in een kerndeel en profileringsdeel. In het basisdeel gaat het er eigenlijk om dat een student in staat moet zijn om bestaand onderwijs (kort door de bocht geformuleerd) uit te kunnen voeren. In het profileringsdeel moet een student ook in staat zijn om onderwijs op basis van leerlijnen te ontwerpen. Dit heeft, denk ik, ook effect op de manier waarop studenten ICT zullen toepassen. In het kerndeel vooral aansluitend bij het bestaande onderwijs. In het profileringsdeel ook als middel om nieuw onderwijs vorm te geven. Vertaald in de Kennisbasis ICT zal dit betekenen dat studenten in het kerndeel in staat moeten zijn om te arrangeren en in het profileringsdeel ook in staat moeten zijn om te ontwikkelen.

Vandaag en vorige week heb ik een bijeenkomst verzorgd op de Pabo in Meppel. Stef Sprong had me gevraagd om te vertellen op wat voor manier je ICT in de opleiding kunt integreren. De Pabo in Meppel wil graag ICT-pabo worden. Een Pabo dus waar ICT een belangrijke plek inneemt in het leren op de opleiding en in het leren van leerlingen op de basisschool.
Tijdens beide bijeenkomsten heb ik theoretische kaders gegeven, praktische voorbeelden laten zien en zijn de lerarenopleiders zelf aan de slag gegaan. Ik merkte dat de opleiders het prettig vonden om een kader te krijgen van waaruit je na kunt denken over ICT.

Theoretische kaders
De kaders die ik als theoretische achtergrondinformatie heb meegegeven zijn: wat betekent ICT in de opleiding, wat houdt het TPACK-model in, welke richting biedt de Kennisbasis ICT, hoe stuurt de competentiediamant de verschillende manieren van ICT gebruik op de basisschool, hoe kun je de vier in balans gebruiken om ICT een duurzame plek te geven in je onderwijs, wat moeten we met de 21st century skills, hoe moet je leerlingen begeleiden in het gebruik van ICT (nav de invalshoek vanuit Sugata Mitra en de invalshoek vanuit het informatievaardighedenmodel), hoe verandert de maatschappij (nav een filmpje van Ken Robinson) en welke opleidingsmodellen zijn al bedacht om ICT een plek te geven in de opleiding.

Praktische voorbeelden
De praktische voorbeelden heb ik geordend op basis van de lessen die we zelf geven aan onze studenten. Het geeft een overzicht van de verschillende mogelijkheden. Vanuit elk thema heb ik onderwerpen de revue laten passeren. In de presentaties zie je welke dit zijn. In het eerste jaar besteden we bijvoorbeeld aandacht aan ICT als middel om je les te openen (bijvoorbeeld met het digibordprogramma Bordwerk/ Prowise) en een verwerkingsopdracht te maken (bijvoorbeeld het maken van een stelles in WikiKids). In het tweede jaar besteden we onder andere aandacht aan de mnaier waarop je met meervoudige intelligenties aan de slag kunt gaan en hoe je ICT daarbij kunt inzetten en leggen we uit hoe je beginnende geletterdheid kunt verrijken met het maken van digitale prentenboeken.
In het derde jaar leren studenten hoe ze belangrijke informatie over de vorderingen van leerlingen uit een digitaal leerlingvolgsysteem kunnen halen en hoe ze zichzelf kunnen professionaliseren door gebruik te maken van RSS en feedreaders. In het vierde jaar kunnen studenten bij ons kiezen om een leerkring ICT te volgen waarin ze op een onderzoeksmatige manier met een ontwikkelingsvraag van de school aan de slag gaan.

Aan de slag
Ik heb de lerarenopleiders op verschillende manieren aan de slag laten gaan. Ze hebben actief kennis gemaakt met het digibordprogramma Bordwerk, hebben het TPACK-spel gespeeld, hebben gekeken wat de meerwaarde is van ICT door het bekijken van de OnderzoeksReeks van Kennisnet en hebben in een wiki feedback gegeven op casussen die ik voor hen had opgesteld.
Naast de gerichte opdrachten hebben we in de tussentijd veel overlegd over de manier waarop ICT het onderwijs kan versterken. We hebben hierbij gekeken naar de invalshoek van de opleiding zelf (Opleidingsdidactiek) en de manier waarop ICT van leerlingen kan ondersteunen en verrijken (TPACK-competent).

ICT in de lerarenopleiding

Eigen reflectie
Het was de eerste keer dat ik een team van lerarenopleiders zo uitgebreid mocht scholen op het gebied van ICT en onderwijs. Het is mij goed bevallen. Ik vind het belangrijk om ICT een stevige plek in het opleidingsonderwijs te geven. Ik vind het ook goed om te zien dat op de Pabo in Meppel vanuit het management gericht wordt gestuurd op het inzetten van ICT in het onderwijs.
Ik heb gemerkt dat de lerarenopleiders het prettig vinden om concrete voorbeelden te krijgen van de manieren waarop ze ICT in het onderwijs kunnen inzetten. Ik heb ook gemerkt dat de theoretische modellen helpen om kaders te schetsen.
Voor het management is het nu de kunst om kaders te scheppen waarbinnen een vervolg gegeven kan worden aan verdere ontwikkeling.

Wat bijzonder is aan een lerarenopleiding als het gaat om vanuit een visie te werken aan ICT in het onderwijs is de dubbele loop die lerarenopleidingen moeten maken. Ze moeten vanuit hun eigen opleidingsvisie vorm geven aan de inzet van ICT. Maar ze moeten ook binnen hun eigen vak duidelijk maken hoe er binnen verschillende onderwijsvisies over ICT in het onderwijs gedacht wordt op de basisschool. Een opleidingsdocent rekendocent moet niet alleen weten hoe ICT ingezet kan worden binnen realistisch rekenen maar ook binnen mechanisch rekenen. Een opleidingsdocent wereldoriëntatie moet niet alleen weten hoe je ICT inzet als je de methode als uitgangspunt neemt van je lessen maar ook hoe je dat doet als je de leervragen van leerlingen als uitgangspunt neemt voor je onderwijs. Een docent Onderwijskunde en Pedagogiek moet kunnen vertellen wat de plek van ICT is binnen een klassikaal systeem (kennisoverdracht) en wat de plek is van ICT bij kennisconstructie. Zeker geen gemakkelijke klus.

In de onderstaande tabel staat een overzicht met verschillende manieren van gebruik van ICT in de opleiding en de invloed hiervan op het leren van leerlingen.

Gebruik van ICT in de opleiding en invloed op leren van leerlingen

Gebruik van ICT in de opleiding en invloed op leren van leerlingen

De grafiek is fictief en kan met geen enkele onderzoeksdata worden onderbouwd. Tot nu toe in ieder geval. Bedoeling van de grafiek is om mijn idee in beeld te brengen van wat ik denk dat de invloed van de verschillende manieren van ICT-gebruik op de opleiding is op het leren van leerlingen.

Ik zal de verschillende percentages toelichten.

ICT-vaardigheden 10%
Het stimuleren van ICT-vaardigheden van leraren in opleiding heeft naar mijn idee maar een geringe invloed op het leren van leerlingen. Bij het stimuleren van ICT-vaardigheden gaat het om losse vaardigheden zoals cursussen tekstverwerken en internetten. In de cursussen is geen aandacht voor didactiek en vakinhouden. Ook spelen leerlingen bij de toepassingen in principe geen rol.

ICT-opleidingsvaardigheden 20%
ICT-opleidingsvaardigheden zorgen er voor dat je in staat bent om de opleiding door te lopen. Je kunt hierbij denken aan het leren werken met de ELO, digitaal portfolio en de mail. Deze vaardigheden staan ten dienste van de opleidingsdidactiek. Doel hiervan is om de studie te kunnen doorlopen. Niet om studenten bewust te maken van hoe ze ICT in kunnen zetten ten behoeve van het leren van leerlingen. Het heeft meer potentiële invloed op het leren van leerlingen omdat de leraren in opleiding de middelen actief moeten gebruiken. Het gaat hierbij niet sec om de vaardigheden an sich maar om toepassing van deze vaardigheden voor het onderwijs. Een voorzichtige link is hiermee gelegd.
Een kanttekening die ik hierbij nog wel belangrijk vindt te maken, is dat studenten door het gebruik van deze middelen niet altijd extra gemotiveerd hoeven te worden. Een slecht ingerichte ELO kan frustratie oproepen. Mail die door opleidingsdocenten niet tijdig wordt beantwoord ook.

ICT-opleidingsdidactiek 80%
Het gebruik van ICT door opleidingsdocenten in hun lessen kan een sterke stimulans zijn voor studenten om ICT ook in te gaan zetten bij hun eigen lessen in de praktijk. Maar alleen als aan de voorwaarden wordt voldaan dat opleidingsdocenten dit op een doordachte manier doen, hun keuzes expliciteren en duidelijk aangeven hoe leraren in opleiding de transfer naar de praktijk kunnen maken.
Voorbeelden van ICT-opleidingsdidactiek kunnen geordend worden binnen het model van de digitale didactiek van Robert-Jan Simons (2002). Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van het digibord ter ondersteuning van de eigen les, laten samenwerken aan bestanden in de ELO en videoanalyse van een les bewegingsonderwijs.
Een opleidingsdocent is al heel mooi op weg als hij ICT op deze manier inzet maar is er nog niet. Tondeur (2011) geeft aan dat ook bij deze manier van gebruik van ICT het voor de student nog lastig om de transfer naar de praktijk te maken.

TPACK-competent 100%
Alleen studenten daadwerkelijk ICT laten gebruiken in de lessen op zijn stage zorgt er voor dat de invloed van ICT op het leren van leerlingen 100% kan zijn. Inbedding van ICT op deze manier kan gebeuren op de manieren zoals in eerdere blogposts beschreven in de artikelen over onder andere Kay (2006) en Tondeur (2011).
Voorbeelden van deze manier van ICT gebruiken in de opleiding zijn: leraren in opleiding een interactieve nabespreking voor rekenen laten houden op het digibord, kaartvaardigheden laten aanleren met behulp van Google Earth en een lipdub laten maken voor muziek.
Het is tegelijkertijd ook de meeste uitdagende manier om met ICT binnen de opleiding aan de slag te gaan. Het vergt namelijk nog al wat: ontwikkeling van lessen waarin ICT geïntegreerd is, herijking van de doelen van de module/ het programma, scholing van de opleidingsdocent, aanscherping van het (landelijke) curriculum/ kennisbasis.
Wat je er voor terugkrijgt is echter de moeite waard! Leeropbrengsten van leerlingen verhogen, motivatie verhogen, inspelen op vaardigheden voor de eenentwintigste eeuw, verbreden van de rijke leeromgeving. En ga zo het rijtje met voordelen van ICT in het onderwijs nog maar even af.

Tot slot
Kortom. Wil je de impact van ICT op het leren van leerlingen zo groot mogelijk laten zijn? Dan is het naar mijn idee noodzakelijk om met niet minder genoegen te nemen dan TPACK-competente leraren.