Gerard Dummer

Alles over Onderwijs en ICT.

Browsing Posts tagged onderzoek en ICT

Afgelopen woensdag was ik, samen met zo’n 700 anderen, aanwezig bij de onderzoeksconferentie van Kennisnet en NRO in Amersfoort om op de hoogte te raken van de nieuwste inzichten van ICT in het onderwijs. In de ochtend waren 8 korte presentaties gepland, daarna volgde een blok met wat langere presentaties rondom een thema, na de lunch herhaalde zich dit nog een keer en er werd afgesloten met een keynote.

De Pitches
In de ochtend waren 8 pitches gepland. Zeven gingen er door. Die waren allemaal zeer de moeite waard vond ik. Zo presenteerde Saskia-Brand Gruwel het rapport over Effecten van programmeeronderwijs op computational thinking. Kortst mogelijke conclusie is dat er nog meer onderzocht moet worden om duidelijke uitspraken te doen. Wel wijst het erop dat er positieve verbanden gevonden worden.


Het rapport zelf biedt nog veel meer inzichten. Meest interessante van dat rapport vond ik het artikel van Zhong. Waarin ze aangeven wat voor soort taken je leerlingen zou kunnen geven. Kern daarbij is voor mij dat je leerlingen niet altijd helemaal vanaf scratch hoeft te laten beginnen.

schermafbeelding-2017-06-29-om-08-33-05

schermafbeelding-2017-06-29-om-08-34-52

Robin de Lange ging in op zijn onderzoek rondom VR en AR.


Of het effectief leermiddel is, is nog niet duidelijk. Wel ziet De Lange verschillende meerwaardes. Het kan bijvoorbeeld context bieden voor de lesstof, het kan nieuwe tools mogelijk maken, het kan 3D-onderwerpen natuurlijker laten onderwijzen en het kan abstracte onderwerpen intuïtiever maken. Een voorbeeld van zo’n nieuwe tool is de tiltbrush:



Frank Huysmans ging in op het thuisgebruik van media door jongeren.


Mooi om te zien wat jongeren liever digitaal doen (bijvoorbeeld informatie zoeken) en liever op papier (bijvoorbeeld langere stukken tekst lezen). Het hele rapport verschijnt pas in september.

Maaike Heitink vertelde over de tool die ze gemaakt hebben om digitale informatievaardigheden te meten. Een tool die aansluit bij de werkelijke handelingen die een leerling moet doen en niet op papier de vaardigheden probeert te meten.


Regina van den Eijnden ging in op de vraag wat de impact is van smartphone- sociale mediagebruik op schoolprestaties.


Het ging daarbij vooral over de vraag wat er gebeurt als jongeren dit bij zich hebben als ze er geen gebruik van zouden moeten maken.


Dan heeft het een negatief effect. Tja, lijkt me logisch. De grafiek vind ik trouwens een schoolvoorbeeld van een verwarrende grafiek.

Veronique van der Perk vertelde over de mogelijkheden van de Kennisrotonde. Waarbij ze onder andere voorbeelden aanhaalde over de waarde van leren schrijven op papier en de wanneer typen juist handig kan zijn.

Alfons ten Brummelhuis sloot dit blok af met een presentatie van de Vier in Balans aan de hand van een vertelplaat. Leuke vorm om verschillende aspecten te behandelen.


Alfons sprak daarbij over een kopgroep, peloton en staartgroep in het ICT-gebruik. schermafbeelding-2017-06-29-om-08-58-17

Meest gebruikte toepassing is het digibord (door alle groepen), zelf ontwikkeld digitaal leermateriaal beschikbaar stellen aan leerlingen zit ergens halverwege in het gebruik. En leerlingen leren programmeren of coderen sluit het rijtje af. Niet verwonderlijk denk ik aangezien het digibord zo’n beetje in elk lokaal hangt en programmeren net een opkomend fenomeen is.

Thema’s

In de ochtend en in de middag stonden themasessies gepland. Dat wil zeggen wat langere sessies over een onderwerp. In de ochtend was dit het thema Multimediaal leren en in de middag het thema toetsen.

Multimediaal leren.
In de ochtend werd vanuit vier onderzoeken het thema multimediaal leermateriaal belicht. Jeanet Bus lichtte samen met Christiaan Coenraads onderzoek toe op het gebied van levende prentenboeken. Elk jaar horen we hier wel iets over (en de voortgang vind ik leuk om te horen). Nu werd onderzocht of het uitmaakte of je als kind zelf het tempo van het verhaal kon bepalen door gebruik te maken van een voor- en achteruit knop. Elke keer blijkt dat effecten bij kinderen die een taalachterstand hebben groter zijn. Goed dus om voor die doelgroep dit soort boeken in te zetten. Anouk Wezendonk-Brouwer, masterstudent aan de Universiteit Utrecht, lichtte haar onderzoek toe waarin duidelijk werd dat levende prentenboeken effectiever zijn voor NT2-leerlingen als ze het levende prentenboek eerst in de eigen moedertaal bekijken en daarna pas in het Nederlands.

Vincent Hoogerheide lichtte het onderzoek toe dat hij doet naar het leren van videobeelden. En daarbij dan vooral hoe je effectieve video’s om te leren maakt.

Zichtbaarheid en sekse in een video maakt niet zo veel uit. Wel of het een jongere of oudere persoon is. Een volwassen model leidt tot hogere opbrengsten dan leeftijdsmodel.

Andere leuke uitkomsten waren dat het perspectief uitmaakt. Eerste persoonsperspectief is handiger dan derde persoonsperspectief. Ook als je zelf op video iets moet uitleggen levert dit hogere leeropbrengsten op dan als je het alleen uitlegt op papier.

Jeroen Merriënboer vatte alle onderzoeken mooi samen door het op te hangen aan de kapstokken presenteren, oefenen feedback. Zelf gaf hij verschillende voorbeelden waarin multimedia een rol speelde. Zoals de medische simulatie ABCDESIM.

Toetsen in het onderwijs
Na de lunch volgde het thema Toetsen in het onderwijs. Dat thema was flink wat taaier en sloot naar mijn idee niet zo goed aan op de opzet van de dag, namelijk: actueel onderzoek belichten waaruit lessen getrokken kunnen worden die je de volgende dag direct zou kunnen toepassen.

Het thema werd afgetrapt door Jaap Scheerens die inging op de vraag welke rol toetsen hebben bij de opbrengsten van het onderwijs.

De conclusies:

Belangrijkste conclusie naar mijn idee was dat examens een positief effect hebben op prestatie motivatie.

Marinka Drost presenteerde de online omgeving rtti-online. RTTI-online omschrijft zichzelf als:

hét overkoepelende digitale methode-onafhankelijke dashboard dat de ontwikkeling van de leerling over de vakken en methodes heen samenbrengt en stimuleert, met of zonder cijfers. Feedback op maat voor de leerling, docent, vakgroepleider, teamleider en schoolleider. Genereer met één druk op de knop een mentor-, vak- en vergaderoverzicht ter ondersteuning van effectieve leerlingbesprekingen, vakgroepoverleg, rapportvergaderingen en mentorgesprekken. Aantoonbaar ontwikkelingsgericht werken met direct optimaal effect op de ontwikkeling van de leerling.

Er wordt inzicht geboden in het type feedback dat voor een leerling noodzakelijk is. Afhankelijk van hoe gescoord wordt op RTTI: Reproductie van kennis, Toepassen van kennis in een vertrouwde context, Toepassen van kennis in een nieuwe context en Inzicht en Innovatie.

Een interessante tool denk ik. Wel een wat pittige presentatie.

Theo Eggen en Anton Béguin gingen in op het fenomeen multi segment adaptief toetsen (voorbeelden hiervan zijn de Wiscat toets voor Pabo-studenten, een adaptieve centrale eindtoets en een toets van CITO over spelling).

Ook benoemden ze kort de tool groeimeter.

Met Groeimeter zie je snel welke leerdoelen je leerlingen beheersen én selecteer je makkelijk aan welke doelen ze mogen werken. Leerlingen werken aan de leerdoelen en bepalen zelf wanneer zij klaar zijn om hun kennis en vaardigheden te demonstreren. Dit doen ze door een opdracht te maken; bijvoorbeeld een gesprek voeren, een tekening maken of het beantwoorden van zeven vragen online. Na afloop kunnen ze checken of ze het juiste antwoord hebben gegeven. Ze zien dan ook direct dat ze zijn gegroeid en wat hun volgende leerdoel is.

Ook deze presentatie vond ik niet helemaal aansluiten bij de opzet van de dag. Wat mij betreft hadden ze meer over de groeimeter mogen zeggen.

Keynote
Op het programma stond Patty Valkenburg. Maar die was helaas door omstandigheden verhinderd. Ze werd vervangen door Yuri van Geest. Yuri sprak over Singularity University en zijn betrokkenheid bij de Nederlandse variant.

SingularityU The Netherlands consists of the Dutch Alumni of Singularity University, a benefit corporation committed to creating positive and sustainable global impact. We create programs to give people the tools and guidance to understand and apply cutting-edge technologies. This enables them to reimagine and reinvent their industries, companies, careers and lives.

What Is SU? from Singularity University on Vimeo.

Een interessante club die onder andere de Global Grand Challenges stelt.

Conclusie
Er was een groot verschil tussen het ochtend en middagprogramma. In de ochtend waren de pitches daarna kwamen de langere thema’s. Ik hoorde verschillende mensen aangeven dat ze de pitches het interessants vonden (sluit me hierbij aan). Zeker als het draaide om actueel onderzoek. Het toetsdeel sloot naar mijn idee niet zo goed aan. Jammer want dat is zeker ook belangrijk. Maar misschien had dat onderdeel beter ook in de vorm van actuele onderzoekspitches kunnen plaatsvinden. Nu voelde ik me beland in de banken van de studie onderwijskunde (heel interessant maar voor die dag niet zo goed passend).

Vorige week donderdag 21 april 20111 was de Vlootschouw van Kennisnet. Tijdens de vlootschouw werden de onderzoeken gepresenteerd die Kennisnet heeft uitgezet. Het was een boeiende dag die prima was georganiseerd.

Opzet van de dag
Tijdens de vlootschouw kregen we in sneltreinvaart zo’n 25 presentaties van onderzoeken te zien. Steeds 5 minuten per presentatie. Daarmee kreeg je een goed overzicht van alle onderzoeken die er dit momenteel spelen.
Naast de presentaties kon je aanschuiven bij rondetafelgesprekken waar je dieper op één onderwerp dat gepresenteerd is kon ingaan. Galerijhouders presenteerden hun onderzoeken in standjes waar je kort in gesprek kon gaan over de opzet en vorderingen. Aan het eind van de dag hield lector Harry van Vliet een keynote (jammer genoeg te kort). De dag werd afgesloten met een debat met een aantal deskundigen.

Interactief
Behalve dat de keynote te kort was moet ik zeggen dat ik erg tevreden was over de opzet van de dag. Dit kwam onder meer door de goede leiding van Roderik van Grieken die als dagvoorzitter optrad en de zaal enthousiasmeerde voor elke spreker. De dag werd interactief door het gebruik van de stemkastjes (Turningpoint) die aan het begin van de dag werden uitgedeeld en waarmee je kon stemmen op de verschillende presentaties. Bij het stemmen liet je eerst weten tot welke doelgroep je behoorde en daarna over welke presentatie je de volgende dag aan collega’s iets zou vertellen. Dat zorgde ervoor dat je snel in beeld kon brengen welke doelgroep in welke presentatie vooral geïnteresseerd was. De zaal kon daarna vragen stellen aan de sprekers.

Presentaties
De dag werd geopend door Alfons ten Brummelhuis die een keynote hield met de titel “Wat werkt met ICT”. Hij stelde eerst de vraag of het relevant is om te weten wat werkt met ICT. Die vraag werd (gelukkig) met “ja” beantwoord. Daarvoor zijn onderwijskundige, maatschappelijke en economische redenen.

Onderwijskundig

Onderwijskundig is het goed om te weten wat werkt en wat niet werkt. De onderzoeken die gepresenteerd werden geven aan dat soms ICT wel een meerwaarde heeft, soms ICT geen verschil maakt en soms ICT zorgt voor verlaging van de leeropbrengst. Het doordacht in kunnen zetten van ICT is dus van belang, blijkt ook uit onderzoek. In de gevallen dat ICT een neutrale werking heeft, zorgt het wel voor meer variatie in werkvormen.

Maatschappelijk

Maatschappelijke redenen om onderzoek naar ICT te doen is dat kinderen digitaal geletterd moeten worden omdat je als niet digitaal geletterde buiten de samenleving komt te staan. Alfons maakte hierbij de vergelijking van de kleuter die een pen krijgt. Daarmee is die ook nog niet in staat om te schrijven. Datzelfde geldt voor ICT. Kinderen groeien op met ICT maar dat wil nog niet zeggen dat ze er altijd verstandig mee om kunnen gaan.

Economisch

Economische reden gaf Alfons aan dat als het opleidingsniveau stijgt het inkomensniveau ook stijgt. ICT kan hier een bijdrage aan leveren.

Verleiden via techniek of visie

De vier in balans is daarbij dan wel de bijsluiter om er voor te zorgen dat ICT op een doordachte manier wordt ingezet. Daarbij is lang de insteek geweest om via techniek mensen te verleiden. Nu is dat vooral via de visiekant. Verleiding via de techniekkant heeft vooral de voorlopers aangesproken maar de grote middengroep en achterblijvers willen weten of het werkt en wat niet werkt en moeten dus op een andere manier verleidt worden.

Kennispiramide

Tot slot liet Alfons de kennispiramide zien. Die loopt van Inspiratie (het idee dat het zou kunnen), Existentie (uitvoering er van in de praktijk), Perceptie (het lijkt te werken/ ervaren opbrengsten) naar Evidentie (het is onderzocht in de praktijk en het werkt/ er zijn gemeten opbrengsten).

Pitches

De pitches die zijn gepresenteerd waren, voor zover ik begreep, lopend onderzoek. Ik wil dan ook niet alle 25 pichtes hier aanhalen maar een paar die er voor mij uitsprongen en waar ik collega’s direct over kan vertellen.

Interactie

Sandra Koster (Vrije Universiteit Amsterdam) haalde in het pitch over “eerst visie, dan techniek: het digibord” Burns en Myhill (2004) aan die een artikel hebben gepubliceerd met de titel: Interactive or inactive? A consideration of the nature of interaction in whole class teaching. Daarin gaat het over de manier waarop interactie met de klas plaatsvindt door de leerkracht. In traditionele scholen is het de leerkracht die vooral de instructie geeft (ook aan het digibord) en die leerlingen uitnodigt om te reageren. In vernieuwende scholen zie je dat leerlingen juist meer presentatiemogelijkheden krijgen aan het digibord.

Outlinetools

Milou de Smet (Open Universiteit) deed verder onderzoek naar het gebruik van de outline tool zoals die in WORD aanwezig is. Uit het onderzoek blijkt dat het leerlingen helpt om beter te leren schrijven.

Zelf moest ik direct denken aan de opbouw die je hierin kunt maken van het maken van een digitale woordspin naar een digitale mindmap en dan een outline. Volgens mij heb je dan een mooie opbouw met digitale tools voor het schrijfproces.

 Horseless carriage syndroom

In zijn presentatie Businessmodellen digitaal leermateriaal haalde Matthijs Leendertse (TNO) het horseless carriage syndrome van McLuhan aan. Dit houdt in essentie in dat je praat over nieuwe ontwikkelingen in termen die horen bij de voorgaande ontwikkelingen. De horseless carriage is dan natuurlijk de auto die als opvolger werd gezien van de koets die werd voortgetrokken door het paard. Datzelfde gebeurt misschien ook wel met de leermiddelen die we gebruiken. We denken nog in de leermiddelen die we kennen (boeken) en proberen vanuit die positie te kijken naar wat de nieuwe leermiddelen kunnen zijn.

Takentrap

Willem Kock (RuG) presenteerde het onderzoek naar “rekenprestaties en multimedia“. Specifiek ging het daarbij om het gebruik van de takentrap: “In de Takentrap worden enkele fasen of episoden van het probleemoplossen onderscheiden die leerlingen kunnen raadplegen om een toepassingsopgave op te lossen. Leerlingen hebben hiermee kunnen oefenen in een computerprogramma waar per episode een hulpaanwijzing opgevraagd kon worden als leerlingen dat nodig vonden.

De takentrap maakt gebruik van Schoenfeld’s model van problemen oplossen:” lezen van een opgave, analyseren wat het probleem is, verkennen van mogelijke manier van oplossen, plannen van een oplossing, implementeren ervan en controleren of het antwoord juist kan zijn.”

Deze takentrap is verwerkt in het computerprogramma dat in het onderzoek is gebruikt. Ik vond het een aansprekende presentatie omdat ik me afvroeg in hoeverre educatieve softwarepakketten hier al gebruik van maken. Het deed me ook denken aan de Khanacademie waarin video’s worden gebruikt om allerlei onderwerpen uit te leggen.

Letters in beweging 

Carienke Kegel (Universiteit Leiden) presenteerde “web-based leren bij kleuters”. Dit ging over het programma “letters in beweging”. Zij heeft onderzoek gedaan naar het effect van een “intelligent tutoring systeem”. De gebruiker krijgt hierbij van het programma hulp om verder te komen in het programma. Zo’n intelligent tutoring systeem zorgt er voor dat gebruikers gerichter aan de slag gaan. Vooral voor leerlingen die in de risicogroep vallen (kinderen met taalachterstand) hebben bij zo’n systeem baat blijkt uit het onderzoek.

Keynote van Harry van Vliet

De keynote van Harry van Vliet, lector aan de Hogeschool Utrecht was getiteld “eigen wijs met media”. Het was een interessant verhaal waar jammergenoeg maar een half uur tijd voor was. Zijn keynote was prikkelend en wierp een ander licht op de discussie over “mediawijsheid”. Kern van zijn verhaal vond ik dat mediawijsheid niet alleen iets is wat je jongeren bij moet brengen maar waar je volwassenen nog mee lastig mag vallen. Dit illustreerde hij aan de hand van 3 illusies: de cognitieve illusies, sociale illusies en de hyperillusies. Ik zal hieronder op de cognitieve illusie ingaan.

Cognitieve illusie

Onder cognitieve illusies schaarde Van Vliet onder andere de onderzoeken van Don Tapscott die onderzoek heeft gedaan naar de netgeneratie. Het maakt duidelijk dat we niet alleen enthousiast maar ook kritisch moeten zijn ten opzichte van nieuwe visies op leren. Dat we ons ook “voor de gek” laten houden zag Van Vliet bijvoorbeeld bij Epic Win en 4SQ waarbij je punten kunt halen bij gestelde prestaties (als eerste uit bed om je huis schoon te maken en het vaakst zijn ingelogd om burgemeester te worden van een bepaalde plek).  Andere voorbeelden hierbij waren Fold.it en Cow Clicker.  

1 zin en 1 plaatje van het internet

Harry van Vliet begon zijn verhaal met de vraag dat als je 1 plaatje en 1 zin mee de ruimte in mocht sturen die zouden  verbeelden en verwoorden wat het internet zou betekenen, welke dat dan zouden zijn. Met de keuze die hij hiervoor maakte ben ik het niet eens als ik kijk naar mijn eigen internetgebruik. Maar ik vind het wel een mooie vraag om over door te denken.

Woensdag 18 maart was ik aanwezig bij een (wat ik zou omschrijven als een) formele Teachmeet (of unconference of pecha kucha). In Utrecht had Kennisnet namelijk de bijeenkomst georganiseerd getiteld: Kennis van waarde maken.
In de bijeenkomst werd in maximaal 5 – 10 – 15 minuten onderzoek gepresenteerd. Afgerond onderzoek en lopend onderzoek. In sneltreinvaart kwamen de meest uiteenlopende onderwerpen aan bod. Waarvoor mijn complimenten aan Kennisnet.

Ik zal geen stap voor stap verslag geven aangezien er zoveel uiteenlopende onderzoeken voorbij zijn gekomen. Een aantal punten licht ik er uit.

De middag werd geopend door Alfons ten Brummelhuis, hoof onderzoek bij Kennisnet. Hij definieerde drie vormen van onderzoek: onderzoek dat zich richt op existentie, perceptie en evidentie. Ik vond dit een aardig driedeling als het gaat om typering van onderzoek. Zelf denk ik dat het meest waardevol voor leerkrachten in de praktijk het onderzoek naar evidentie is.

19-03-2009

Daarna nam Van Wieringen van de onderwijsraad het woord. Hij ging verder in op het begrip kennis. Hij gaf aan dat je het kunt hebben over bruikbare kennis en daarbij drie aspecten kunt onderscheiden: kennis is gestapeld, kennis moet door het forum (de groep die het gaat gebruiken en die er mee te maken heeft) goedgekeurd worden (en bediscussieerd) en er moet sprake zijn van ontvangstbereidheid (het moet gebruikt worden).

19-03-2009

Een nieuwe term in dit geheel voor mij was valorisatie: kennis moet beschikbaar worden gesteld. Dit kende ik al wel onder de term disseminatie.

Na de gezamenlijke inleiding werd de groep opgesplitst in een deel voor PO en een deel voor VO. Zelf was ik aanwezig bij het PO. Daar waren de onderzoeken vooral gericht op het jonge kind en speciaal onderwijs. Wel bijzonder vond ik omdat daar naar mijn idee nog weinig over bekend is. Wel kwamen een aantal onderzoeken langs die ik al kende. Bijvoorbeeld Levende boeken waar ik studenten onlangs in het kader van ICT in de onderbouw nog les in heb gegeven. Nog een cijfer uit de presentatie: leerlingen met taalachterstand leren per jaar 600 woorden meer door het gebruik van Levende Boeken.

Wat ik interessant vond bij de presentatie van het speciaal onderwijs waren de punten die werden genoemd als het ging om de meerwaarde van ICT in het speciaal onderwijs:

  • Compenseert de beperking
  • Mogelijk om in eigen tempo te werken
  • ICT is een geduldige leerkracht
  • Het is motiverend om te doen
  • Kinderen hebben succeservaringen
  • Het vergroot de leefwereld van de leerlingen
  • Het geeft ook ontspanning
  • Bevorderd praktische zelfredzaamheid
  • Vergroot zelfwaardering van kinderen
  • Vergroot vaardigheden van leerlingen
  • Er kan rekening gehouden worden met verschillen tussen leerlingen.

Een term die ik hier voor het eerst hoorde was de eenknopssoftware. Software dus die met 1 knop bediend kan worden. Je kunt hierbij denken aan PowerPointPresentaties die leerlingen kunnen bedienen.

Wat ik nog meer genoteerd heb:

  • Je kunt inspelen op de cognitieve niveaus (mogelijkheid om maatwerk te bieden)
  • Variatie in werkvormen
  • Meer tijd voor individuele begeleiding
  • Kunt kennis beter overdragen

Ik heb weinig ervaring met ICT in het speciaal onderwijs en moet zeggen dat ik het daarom interessant vond om daar anderen over te horen praten.

Na de pauze volgde een gezamenlijke sessie. Hierin duurden de presentaties van het lopend onderzoek maar steeds 5 minuten. Was prima om dit zo te doen. Na afloop werd hierover gediscussieerd.

Het eerste onderzoek vond ik erg interessant moet ik zeggen. Het werd gepresenteerd door C.J.J. Gorissen van de Open Universiteit en had als titel: “ Effecten van didactische structurering multimediale middelen” . Het middel waar naar gekeken werd, was Teleblik. De vraag was hierbij als je dit inzet hoe gestructureerd je dit eigenlijk moet doen. Het is niet een middel met een duidelijk begin en eind. Hoe vrij laat je leerlingen en hoeveel stuur je? In theoretische termen: hoe verhoud de self determination theory zich met de cognitive load theory. En hoe vind je hier een goed balans in?

De term cognitive scaffolding past hier ook bij. Een term die eigenlijk aangeeft dat je leerlingen kunt/moet ondersteunen bij het werken op internet.

Interessant omdat je het middel Teleblik naar mijn idee kunt vervangen door anderen middelen. En je met de uitkomsten van dit onderzoek, leerkrachten handvatten geeft hoe ze ongevormde ICT-materialen kunnen inzetten.

In deze sessie was er weer een term die helemaal nieuw was, namelijk: reactieve supervisie.

Een ander onderzoek ging in op de mogelijkheden van de Outlinetool in WORD. Of in het Nederlands de Weergave Overzicht. Hierbij werd aangegeven dat dit een onbekende mogelijkheid van WORD (en andere tekstverwerkingsprogramma’s) was met veel gebruiksmogelijkheden. Voor mij klopte dit wel aangezien ik volgens mij nog nooit hier mee gewerkt heb.

In de discussie achteraf gaf Fons van Wieringen 6 punten om over te discussiëren: 1)moet Kennisnet alle soorten onderzoeken financiëren, 2)moet het onderzoek zich richten op aantal concepten uit het Vier in Balans model, 3)hoe ziet de kennisgemeenschap (de onderzoekers die zich bezig houden met ICT en onderwijs) hun eigen rol (informeren ze anderen alleen of moeten ze onderzoek ook programmeren), 4)welke rollen kan de kennisgemeenschap naar buiten toe uitdragen (kennisaanbieder, kennisgebruiker en (virtuele) kenniscirculator), 5) zijn leerkrachten al voldoende kenniswerker en 6)moet er een sterrensysteem komen van het verschillende onderzoek.

19-03-2009

Dit jaar is Kennisnet begonnen met de Stimuleringsregelijk Educatief onderzoek. Een mooie manier vind ik om te kijken naar de effectiviteit van ICT in het onderwijs. In het startdocument geeft Kennisnet aan hoe het in zijn werk gaat.
De Stimuleringsregeling is bedoeld om:

1) scholen in het primair-, voortgezet- en beroepsonderwijs te ondersteunen bij de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs door bij te dragen aan de ontwikkeling van kennis en inzichten over effectief en efficiënt gebruik van ict.
2) onderzoeksprojecten te stimuleren die inzicht verschaffen in de opbrengsten van ict-gebruik voor leren en de randvoorwaarden waaronder deze opbrengsten worden gerealiseerd.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Kennisnet geeft vier redenen aan waarom onderzoek nodig is:

  1. Kennisparadox: benutting van kennis over het onderwijs blijft achterwege (daarom moet er onderzoek komen dat in nauwe samenwerking met de praktijk wordt ontwikkeld).
  2. Mythe van ICT: er is een tekort aan gefundeerde kennis over de opbrengsten van ICT.
  3. Eenzijdigheid: onderzoek is vooral gedaan over beleid.
  4. Validiteit (ecologisch): vooral onderzoek in andere landen. Onderzoek in eigen land zijn beperkt.

Kennisnet wil daarom:

  1. onderzoek bevorderen datn inhoudelijk is ingebed voor langere periode.
  2. faciliteiten creëren voor bijdragen aan onderzoek en kennisontwikkeling vanuit de onderwijspraktijk.

Uitgangspunten daarbij zijn:

  1. Kennis ontwikkelen voor de onderwijprofessional: het leren verbeteren met ICT.
  2. Gericht op inzicht over effectief en efficient gebruik van ICT in het onderwijs.
  3. Kennis wordt niet alleen geproduceerd voor de onderwijspraktijk maar in samenwerking met de onderwijspraktijk.
  4. Geld gaat ook naar de leraren en andere actoren die meewerken aan het onderzoek.
  5. ICT-toepassingen die zich aandienen in de onderwijspraktijk zijn vertrekpunt voor onderzoek.
  6. Scholen (leraren en management) dragen zelf ook actief bij aan het ontwikkelen en beproeven van kennis.
  7. Primaire doelgroep voor kennisontwikkeling zijn leraren en managers.

Uiteindelijk moet onderzoek er toe leiden dat duidelijk is hoe ICT ingezet kan worden om tot daadwerkelijke verbetering te komen van het onderwijs.

Ik ben erg benieuwd welk onderzoek we allemaal kunnen verwachten.