Gerard Dummer

Alles over Onderwijs en ICT.

Browsing Posts tagged ICT-competenties

De afgelopen maanden hadden we (als themagroep ICT voor de lerarenopleider van het VELON) lerarenopleiders gevraagd om feedback te geven op het competentieprofiel ICT voor de lerarenopleider. Dit profiel hadden we opgesteld omdat we ICT in de beroepsstandaard van VELON nog niet goed vertegenwoordigd vonden.
De afgelopen tijd hebben 25 lerarenopleiders ons hier feedback op gegeven. Dit is nog geen representatieve groep natuurlijk. Ook hebben we vooral feedback gekregen van lerarenopleiders die al een affiniteit met ICT hebben. Toch geeft het al wel aardig een richting aan van wat lerarenopleiders belangrijk vinden voor het competentieprofiel.

Voorlopige resultaten
In onze enquête hebben we onder andere gevraagd naar de vier manieren waarop ICT ingezet zou kunnen worden, aansluitend bij de vier onderdelen van de beroepsstandaard: ontwikkelingsbekwaam, opleidingsdidactisch bekwaam, agogisch bekwaam en organisatorisch en beleidsmatig bekwaam.

De bekwaamheden die gegroepeerd zijn onder het kopje ontwikkelingsbekwaam worden vooral gezien als wenselijk en niet altijd noodzakelijk. De opleidingsdidactische bekwaamheden worden echt gezien als noodzakelijk. De agogische en organisatorische en beleidsmatige bekwaamheden zijn ook vooral wenselijk.

Het complete overzicht van alle reacties (samenvatting) staat in dit document. Per gevraagde bekwaamheid kun je zien hoe er op gescoord is.

Feedback Competentieprofiel ICT Lerarenopleiders

Op de volgende studiedag (7 november 2014 in Tilburg) zullen we als themagroep het competentieprofiel verder bespreken. U bent hier van harte voor uitgenodigd!

Voor de tweedejaars studenten van de verkorte opleiding van de Pabo heb ik afgelopen jaar een module gegeven over de mogelijkheden van het digibord. Over het verzorgen van deze module had ik een dubbel gevoel. Enerzijds vind ik dat ICT in combinatie gegeven moet worden met andere vakken zodat je echt kunt werken aan de TPACK-ontwikkeling van studenten. Anderzijds was dit voor studenten eindelijk een kans om binnen hun programma met ICT aan de slag te gaan. In deze variant was ICT namelijk bijna niet aan bod gekomen. Ze hadden er daarom om gevraagd of ze nog iets op dit gebied zouden kunnen krijgen.

In 5 bijeenkomsten ben ik ingegaan op de mogelijkheden van het digibord. Leidraad hierbij was dat steeds een andere meerwaarde centraal kwam te staan. Hierbij maakte ik gebruik van de brochure van Kennisnet.

De handleiding

Module Digibord

De eerste presentatie




Resultaten
De studenten waren blij met het aanbod van de module. Het sloot goed aan op hun wensen en ze hebben echt meer geleerd over de meerwaarde van het digibord. De studenten mochten de verslagen gewoon als WORD-document inleveren maar ook in een alternatieve vorm. Twee studenten hebben daar ook gebruik van gemaakt. Zo is er één website ingeleverd. En een prezi.

Het concept voor het competentieprofiel ICT voor lerarenopleiders is vanmiddag gepresenteerd tijdens het symposium ICT-bekwaamheden in de lerarenopleiding op het VELON-congres. Het symposium bestond uit drie delen: stand van zaken ICT in het onderwijs in het algemeen (gehouden door Joke Voogt), de kennisbasis ICT van het ADEF (gepresenteerd door Jeroen Bottema) en dus het competentieprofiel ICT voor lerarenopleiders.

Het competentieprofiel is een eerste opzet en behoeft nog de benodigde feedback. Die feedback kunnen jullie geven via deze vragenlijst. We zijn er erg mee geholpen als we hier feedback op krijgen dus schroom niet!

Het symposium werd voorgezeten door Simon Rozendal. Onze discussiant was Maurice Schols. Aan die discussie zijn we helaas niet meer toegekomen. De inbreng van de deelnemers tussen de drie sessies was al wel heel waardevol.

Uitleg van de ontwikkeling en opbouw van het competentieprofiel vind je in de onderstaande presentatie. Een eerste reactie mag je natuurlijk ook geven via deze blog of twitter.

Een korte toelichting op het model nog: Kern van het model zijn de ICT-bekwaamheden zoals geformuleerd door Kennisnet en de Kennisbasis ICT van ADEF. Daar om heen ligt een schil met die specifiek voor de lerarenopleider geldt. Hierbij hebben we de opbouw van de beroepsstandaard van VELON als uitgangspunt genomen. Dit hebben we om twee redenen gedaan:1) we sluiten hierdoor aan op een bestaand model en ICT kan daardoor gemakkelijker worden geïntegreerd. 2) De punten die we uit de bronnen hebben gevonden zijn ook goed te verdelen over de onderdelen van de beroepsstandaard van het VELON.


Vorige week heb ik een presentatie gehouden bij SURF over de ontwikkelingen rondom kaders voor ICT-competenties/ ICT-bekwaamheden/Kennisbasis ICT. De presentatie was bedoeld voor de groep om een overzicht te krijgen op de ontwikkelingen op dit gebied. Doel van het overleg is om te komen tot een set ICT-competenties die voor alle leraren in Nederland gaan gelden. Een set is handig omdat je dan gericht ook kunt gaan professionaliseren. Zolang niet duidelijk is wat leraren zouden moeten kunnen, kun je ook nooit aangeven of leraren bekwaam zijn. Per onderwijssector zullen natuurlijk varianten gemaakt moeten worden. Maar daarbij is het naar mijn idee wel handig om uit te gaan van één set. Dat vergroot namelijk de transparantie.



Vorige week organiseerde Surf een bijeenkomst over docentprofessionalisering en ICT. Doel van dit rondetafelgesprek was om te kijken welke initiatieven er op dit gebied zijn en wat er van elkaar geleerd kan worden. Wilfred Rubens schreef hier al over en ook Ria Jacobi zei hier al zinnige dingen over. Beiden gaan in op manieren waarop die docentprofessionalisering moet plaatsvinden.
Maar ik vind dat voordat je kunt gaan praten over de manier waarop die professionalisering moet plaatsvinden dat je eerst moet vaststellen waarop je gaat professionaliseren. Wat is het kader dat je als uitgangspunt neemt? Aan welke competenties zou je moeten werken? Ik denk dat dit belangrijk is omdat je dan ook de professionalisering zelf meer handen en voeten kunt geven. En nog belangrijker misschien: dat je jezelf ook als professional kunt ontwikkelen. Is namelijk niet duidelijk waarop je zou moeten professionaliseren dan blijft het lastig om vast te stellen wanneer de professionalisering geslaagd is.
Ik denk dat er voor Nederland één kader zou moeten zijn waarop docenten zich kunnen richten. Het kader dat ik het meeste kans van slagen zie hebben, is de Kennisbasis ICT (2013) zoals die door ADEF is geformuleerd. Het is een generiek kader dat toch gedetailleerd genoeg is om professionalisering handen en voeten te geven. Natuurlijk zal dit kader per onderwijssoort anders ingevuld kunnen worden. Een juf in het basisonderwijs doet niet precies hetzelfde als een hoogleraar in de universitaire wereld.
Voor lerarenopleiders is de themagroep ICT en Onderwijs van het VELON bezig met het formuleren van een kennisbasis ICT toegespitst op de lerarenopleider. Kern hiervan zal ook de Kennisbasis ICT zijn zoals geformuleerd door ADEF. Hier komt een schil opleidingsdidactiek omheen te staan. Op 8 november 2013 kun je als lerarenopleider tijdens de studiedag van VELON hierover meepraten. Dan leggen we namelijk het eerste voorstel voor.

Afgelopen jaar heb ik feedback gegeven aan al onze vierdejaars studenten van de Pabo in Amersfoort op de plannen die ze hadden bedacht voor hun startbekwame bewijzen voor ICT en Onderwijs. Ik deed dit via een Google Doc-bestand waarin alle studenten hun opzet typten. Grote voordeel van deze manier van werken was dat ik maar één bestand hoefde te openen en direct iedereen via Opmerkingen feedback kon geven. Studenten konden mijn gegeven feedback lezen en ook zien wat ik wel goed keurde en wat niet.

Dit jaar probeer ik het nog efficiënter aan te pakken. Uit alle aanvragen die studenten hebben gedaan heb ik 9 mogelijkheden geformuleerd waar studenten voor zouden kunnen kiezen. Die 9 mogelijkheden voor startbekwame bewijzen voor ICT en Onderwijs laten zien welke eisen ik stel aan het werk dat studenten inleveren. Het voorkomt hopelijk dat ik steeds dezelfde feedback moet geven aan verschillende studenten.

Als voorbeeld heb ik hieronder het document gezet waarin ik aangeef aan welke eisen het bewijs moet voldoen als een student een creatieve opdracht, zoals een lipdub of doodle music video, met de leerlingen wil maken.

Startbekwaam bewijs – ICT in een creatieve opdracht

De andere voorbeelden voor startbekwame bewijzen zijn:

 

In elk voorbeeld wordt ook een verwijzing gemaakt naar het document Onderwijsvisie en ICT. Dat document vind je hieronder. Het geeft handvatten om eigen visie op te schrijven.

Onderwijsvisie en ICT by Gerard Dummer

Ik ben benieuwd wat anderen van deze opzet vinden. Laat het me maar weten.

Het integreren van ICT in de lerarenopleiding is een complex proces. In dit artikel beschrijf ik een fictief voorbeeld waarin de stappen staan waarop het proces om ICT te integreren in de lerarenopleiding zou kunnen verlopen. Het artikel is bedoeld als beeldvorming voor opleiders en managers hoe het proces van integratie van ICT in een lerarenopleiding zou kunnen verlopen.

Voorbeeld om ICT te integreren in de lerarenopleiding.pdf by Gerard Dummer

In een verkennend artikel heb ik gekeken wat de doelen zouden kunen zijn voor een pabo-student om ICT in te kunnen zetten ten behoeve van de rekenwiskundige ontwikkeling van kinderen. In het artikel lees je hoe ik tot deze doelen ben gekomen en geef ik voorbeelden per doel. De geformuleerde doelen luiden:

  1. De student kan vanuit de context van zijn onderwijs de inzet van ICT-middelen ten behoeve van de rekenwiskundige ontwikkeling van leerlingen onderbouwen.
  2. De student kan de inzet van ICT ten behoeve van de didactiek die hoort bij de verschillende fasen van de rekenwiskundige ontwikkeling van leerlingen onderbouwen.
  3. De student kan ICT-middelen inzetten om de rekenwiskundige ontwikkeling van leerlingen te organiseren en te verantwoorden.
  4. De student beschikt over instrumentele vaardigheden om ICT-middelen in te zetten ten behoeve van de rekenwiskundige ontwikkeling van leerlingen.
  5. De student weet hoe hij op de hoogte blijft van de nieuwste mogelijkheden om ICT-middelen in te zetten om tegemoet te komen aan de rekenwiskundige ontwikkeling van leerlingen. De student is in staat om hierbij zelf ook digitale middelen in te zetten.
  6. De student is in staat om nieuwe vakinhouden voor de rekenwiskundige ontwikkeling door de technologische vooruitgang te herkennen en te vertalen naar zijn onderwijs.

Natuurlijk sta ik open voor feedback op dit verkennend artikel.

ICT inzetten ten behoeve van de rekenwiskundige ontwikkeling van kinderen.pdf by Gerard Dummer

 

Vandaag en vorige week heb ik een bijeenkomst verzorgd op de Pabo in Meppel. Stef Sprong had me gevraagd om te vertellen op wat voor manier je ICT in de opleiding kunt integreren. De Pabo in Meppel wil graag ICT-pabo worden. Een Pabo dus waar ICT een belangrijke plek inneemt in het leren op de opleiding en in het leren van leerlingen op de basisschool.
Tijdens beide bijeenkomsten heb ik theoretische kaders gegeven, praktische voorbeelden laten zien en zijn de lerarenopleiders zelf aan de slag gegaan. Ik merkte dat de opleiders het prettig vonden om een kader te krijgen van waaruit je na kunt denken over ICT.

Theoretische kaders
De kaders die ik als theoretische achtergrondinformatie heb meegegeven zijn: wat betekent ICT in de opleiding, wat houdt het TPACK-model in, welke richting biedt de Kennisbasis ICT, hoe stuurt de competentiediamant de verschillende manieren van ICT gebruik op de basisschool, hoe kun je de vier in balans gebruiken om ICT een duurzame plek te geven in je onderwijs, wat moeten we met de 21st century skills, hoe moet je leerlingen begeleiden in het gebruik van ICT (nav de invalshoek vanuit Sugata Mitra en de invalshoek vanuit het informatievaardighedenmodel), hoe verandert de maatschappij (nav een filmpje van Ken Robinson) en welke opleidingsmodellen zijn al bedacht om ICT een plek te geven in de opleiding.

Praktische voorbeelden
De praktische voorbeelden heb ik geordend op basis van de lessen die we zelf geven aan onze studenten. Het geeft een overzicht van de verschillende mogelijkheden. Vanuit elk thema heb ik onderwerpen de revue laten passeren. In de presentaties zie je welke dit zijn. In het eerste jaar besteden we bijvoorbeeld aandacht aan ICT als middel om je les te openen (bijvoorbeeld met het digibordprogramma Bordwerk/ Prowise) en een verwerkingsopdracht te maken (bijvoorbeeld het maken van een stelles in WikiKids). In het tweede jaar besteden we onder andere aandacht aan de mnaier waarop je met meervoudige intelligenties aan de slag kunt gaan en hoe je ICT daarbij kunt inzetten en leggen we uit hoe je beginnende geletterdheid kunt verrijken met het maken van digitale prentenboeken.
In het derde jaar leren studenten hoe ze belangrijke informatie over de vorderingen van leerlingen uit een digitaal leerlingvolgsysteem kunnen halen en hoe ze zichzelf kunnen professionaliseren door gebruik te maken van RSS en feedreaders. In het vierde jaar kunnen studenten bij ons kiezen om een leerkring ICT te volgen waarin ze op een onderzoeksmatige manier met een ontwikkelingsvraag van de school aan de slag gaan.

Aan de slag
Ik heb de lerarenopleiders op verschillende manieren aan de slag laten gaan. Ze hebben actief kennis gemaakt met het digibordprogramma Bordwerk, hebben het TPACK-spel gespeeld, hebben gekeken wat de meerwaarde is van ICT door het bekijken van de OnderzoeksReeks van Kennisnet en hebben in een wiki feedback gegeven op casussen die ik voor hen had opgesteld.
Naast de gerichte opdrachten hebben we in de tussentijd veel overlegd over de manier waarop ICT het onderwijs kan versterken. We hebben hierbij gekeken naar de invalshoek van de opleiding zelf (Opleidingsdidactiek) en de manier waarop ICT van leerlingen kan ondersteunen en verrijken (TPACK-competent).

ICT in de lerarenopleiding

Eigen reflectie
Het was de eerste keer dat ik een team van lerarenopleiders zo uitgebreid mocht scholen op het gebied van ICT en onderwijs. Het is mij goed bevallen. Ik vind het belangrijk om ICT een stevige plek in het opleidingsonderwijs te geven. Ik vind het ook goed om te zien dat op de Pabo in Meppel vanuit het management gericht wordt gestuurd op het inzetten van ICT in het onderwijs.
Ik heb gemerkt dat de lerarenopleiders het prettig vinden om concrete voorbeelden te krijgen van de manieren waarop ze ICT in het onderwijs kunnen inzetten. Ik heb ook gemerkt dat de theoretische modellen helpen om kaders te schetsen.
Voor het management is het nu de kunst om kaders te scheppen waarbinnen een vervolg gegeven kan worden aan verdere ontwikkeling.

Wat bijzonder is aan een lerarenopleiding als het gaat om vanuit een visie te werken aan ICT in het onderwijs is de dubbele loop die lerarenopleidingen moeten maken. Ze moeten vanuit hun eigen opleidingsvisie vorm geven aan de inzet van ICT. Maar ze moeten ook binnen hun eigen vak duidelijk maken hoe er binnen verschillende onderwijsvisies over ICT in het onderwijs gedacht wordt op de basisschool. Een opleidingsdocent rekendocent moet niet alleen weten hoe ICT ingezet kan worden binnen realistisch rekenen maar ook binnen mechanisch rekenen. Een opleidingsdocent wereldoriëntatie moet niet alleen weten hoe je ICT inzet als je de methode als uitgangspunt neemt van je lessen maar ook hoe je dat doet als je de leervragen van leerlingen als uitgangspunt neemt voor je onderwijs. Een docent Onderwijskunde en Pedagogiek moet kunnen vertellen wat de plek van ICT is binnen een klassikaal systeem (kennisoverdracht) en wat de plek is van ICT bij kennisconstructie. Zeker geen gemakkelijke klus.

In de onderstaande tabel staat een overzicht met verschillende manieren van gebruik van ICT in de opleiding en de invloed hiervan op het leren van leerlingen.

Gebruik van ICT in de opleiding en invloed op leren van leerlingen

Gebruik van ICT in de opleiding en invloed op leren van leerlingen

De grafiek is fictief en kan met geen enkele onderzoeksdata worden onderbouwd. Tot nu toe in ieder geval. Bedoeling van de grafiek is om mijn idee in beeld te brengen van wat ik denk dat de invloed van de verschillende manieren van ICT-gebruik op de opleiding is op het leren van leerlingen.

Ik zal de verschillende percentages toelichten.

ICT-vaardigheden 10%
Het stimuleren van ICT-vaardigheden van leraren in opleiding heeft naar mijn idee maar een geringe invloed op het leren van leerlingen. Bij het stimuleren van ICT-vaardigheden gaat het om losse vaardigheden zoals cursussen tekstverwerken en internetten. In de cursussen is geen aandacht voor didactiek en vakinhouden. Ook spelen leerlingen bij de toepassingen in principe geen rol.

ICT-opleidingsvaardigheden 20%
ICT-opleidingsvaardigheden zorgen er voor dat je in staat bent om de opleiding door te lopen. Je kunt hierbij denken aan het leren werken met de ELO, digitaal portfolio en de mail. Deze vaardigheden staan ten dienste van de opleidingsdidactiek. Doel hiervan is om de studie te kunnen doorlopen. Niet om studenten bewust te maken van hoe ze ICT in kunnen zetten ten behoeve van het leren van leerlingen. Het heeft meer potentiële invloed op het leren van leerlingen omdat de leraren in opleiding de middelen actief moeten gebruiken. Het gaat hierbij niet sec om de vaardigheden an sich maar om toepassing van deze vaardigheden voor het onderwijs. Een voorzichtige link is hiermee gelegd.
Een kanttekening die ik hierbij nog wel belangrijk vindt te maken, is dat studenten door het gebruik van deze middelen niet altijd extra gemotiveerd hoeven te worden. Een slecht ingerichte ELO kan frustratie oproepen. Mail die door opleidingsdocenten niet tijdig wordt beantwoord ook.

ICT-opleidingsdidactiek 80%
Het gebruik van ICT door opleidingsdocenten in hun lessen kan een sterke stimulans zijn voor studenten om ICT ook in te gaan zetten bij hun eigen lessen in de praktijk. Maar alleen als aan de voorwaarden wordt voldaan dat opleidingsdocenten dit op een doordachte manier doen, hun keuzes expliciteren en duidelijk aangeven hoe leraren in opleiding de transfer naar de praktijk kunnen maken.
Voorbeelden van ICT-opleidingsdidactiek kunnen geordend worden binnen het model van de digitale didactiek van Robert-Jan Simons (2002). Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van het digibord ter ondersteuning van de eigen les, laten samenwerken aan bestanden in de ELO en videoanalyse van een les bewegingsonderwijs.
Een opleidingsdocent is al heel mooi op weg als hij ICT op deze manier inzet maar is er nog niet. Tondeur (2011) geeft aan dat ook bij deze manier van gebruik van ICT het voor de student nog lastig om de transfer naar de praktijk te maken.

TPACK-competent 100%
Alleen studenten daadwerkelijk ICT laten gebruiken in de lessen op zijn stage zorgt er voor dat de invloed van ICT op het leren van leerlingen 100% kan zijn. Inbedding van ICT op deze manier kan gebeuren op de manieren zoals in eerdere blogposts beschreven in de artikelen over onder andere Kay (2006) en Tondeur (2011).
Voorbeelden van deze manier van ICT gebruiken in de opleiding zijn: leraren in opleiding een interactieve nabespreking voor rekenen laten houden op het digibord, kaartvaardigheden laten aanleren met behulp van Google Earth en een lipdub laten maken voor muziek.
Het is tegelijkertijd ook de meeste uitdagende manier om met ICT binnen de opleiding aan de slag te gaan. Het vergt namelijk nog al wat: ontwikkeling van lessen waarin ICT geïntegreerd is, herijking van de doelen van de module/ het programma, scholing van de opleidingsdocent, aanscherping van het (landelijke) curriculum/ kennisbasis.
Wat je er voor terugkrijgt is echter de moeite waard! Leeropbrengsten van leerlingen verhogen, motivatie verhogen, inspelen op vaardigheden voor de eenentwintigste eeuw, verbreden van de rijke leeromgeving. En ga zo het rijtje met voordelen van ICT in het onderwijs nog maar even af.

Tot slot
Kortom. Wil je de impact van ICT op het leren van leerlingen zo groot mogelijk laten zijn? Dan is het naar mijn idee noodzakelijk om met niet minder genoegen te nemen dan TPACK-competente leraren.