Gerard Dummer

Alles over Onderwijs en ICT.

Browsing Posts tagged hogeschool domstad

Afgelopen week hadden we de uitreiking van de onderzoeksprijs van Hogeschool Domstad. Sinds een paar jaar selecteren we (als leerkringdocenten die de onderzoeken begeleiden) de vijf beste onderzoeken die vierdejaars studenten het afgelopen jaar hebben gemaakt. Studenten komen dan in aanmerking voor de prijs van de vakjury en de publiekjury. De genomineerden voor dit jaar waren:

  • Sabine van den Berg met Meervoudige intelligenties in het kernconcept Tijd en Ruimte
  • Debby Wallenburg en Nicolet de Jonge met Speciale kinderen zijn gewoon zoals gewone kinderen speciaal zijn
  • Anne Mandersloot met een onderzoek naar de juiste begeleiding van kinderen die te maken krijgen met onder toezicht
    stelling of uit huis plaatsing
  • Marin Meijer met Wereldoriëntatie binnen het Jenaplanonderwijs
  • Kimberley Vermeij met Techniek in het basisonderwijs

De prijs van de vakjury is gegaan naar Marin Meijer. Haar onderzoek wordt ingestuurd naar de onderwijsTopTalentPrijs.

Sabine_van_den_Berg_Meervoudige Intelligentie in Het Kernconcept Tijd en Ruimte

Onderzoek Nicolet en Debby Over Passend Onderwijs

Onderzoek Anne Mandersloot

Marin Meijer – Onderzoeksverslag Wereldoriëntatie

Kimberley Vermeij – Onderzoeksverslag Onderneming

Het afgelopen half jaar heb ik onze ALBO-studenten begeleid bij het doen van actieonderzoek. Dit was de eerste keer dat ik actieonderzoek begeleidde en dat is me goed bevallen. We zijn uitgegaan van het boek dat Petra Ponte hierover schreef Onderwijs van eigen makelij. Een duidelijk boek voor opleiders die actieonderzoek begeleiden. De resultaten van het actieonderzoek zijn te lezen op de blog onderzoekdomstad.blogspot.com.
In deze post evalueer ik het verloop van het actieonderzoek. Dit heb ik gedaan aan de hand van een enquete onder de studenten.

De studenten zijn redelijk positief over het verlopen van het actieonderzoek. Voor een eerste keer vind ik dat we het zelf ook niet slecht gedaan hebben. Een paar punten die ik, als ik weer actieonderzoek zou begeleiden bij eerstejaars, zeker zal meenemen zijn:

  • concreet voorbeeld gebruiken waarmee elke stap in het proces verduidelijkt wordt
  • studenten video-opname laten maken van eigen handelen en dat als uitgangspunt nemen van start actieonderzoek
  • concreet stappenplan voor casestudy geven zodat studenten weten waar ze aan toe zijn.

De punten die ik hier boven noem wijken wel af van de stappen zoals Ponte die beschrijft. Ponte gaat bij de uitwerking van het actieonderzoek er van uit dat redelijk ervaren leraren het uitvoeren. Bij het uitvoeren met (eerstejaars) studenten moet je rekening houden met:

  • het feit dat ze nog geen uitgebreid beeld hebben van zichzelf als leraar en je ze moet helpen bij het zoeken naar woorden om hun (voorlopige) visie op onderwijs te formuleren
  • het feit dat ze afhankelijk zijn van zowel de opleiding (eisen aan eindproduct) als van de werkplek

Tot slot: in eerste instantie hadden de studenten nogal de neiging om richting ontwerpgericht onderzoek te gaan omdat ze zich vooral richtten op het ontwerpen van lessen. Door het bestuderen van een video-opname van zichzelf in de praktijk zou dit voorkomen kunnen worden.

Een paar weken geleden liet mijn vriendin me de film Children full of life zien. Ze had deze film in haar studie bekeken in een bijeenkomst met Korthagen. In deze bijeenkomst stonden de kernkwaliteiten die ieder heeft centraal. Vandaag heb ik de film (deel 1) laten zien aan mijn tweedejaars SLB-studenten. Vooraf had ik de studenten gevraagd of ze zouden kunnen benoemen welke kwaliteiten deze leraar inzet. Ik zou zeggen: bekijk het filmpje zelf ook eerst eens.

Naar aanleiding van dit filmpje heb ik de kwaliteiten van de leraar in het filmpje besproken. Omdat ik deze leraar zo inspirerend vond heb ik daarna gevraagd aan hen welke leraar zij inspirerend vonden en waarom. Na een rondje met inspirerende leraren, stond de vraag welke kwaliteit zij bezitten en inzetten bij het lesgeven. Was erg mooi om te horen. Ten slotte vroeg ik hen om een kwaliteit van een klasgenoot te benoemen. Daar kwamen mooie antwoorden uit. Al met al een erg inspirerende les.

De film bestaat op YouTube uit verschillende delen:

Allemaal erg de moeite waard om te bekijken. Meer onderwijsfilms die ik ken en de moeite waard zijn:

Hoor graag of er nog meer mooie films zijn.

Vandaag was de tweede bijeenkomst van ICT voor studenten die de profielminor Schoolontwikkeling en Innovatie hebben gekozen. In de eerste bijeenkomt heb ik uitgelegd dat ik vooral wilde kijken naar de vraag wat kinderen zouden willen leren. En dat ik van daar uit mijn bijeenkomst voor de tweede keer zou samenstellen.
Dat heb ik gedaan. In de presentatie hieronder zie je op de tweede dia de resultaten van de inventarisatie die ik heb gehouden onder studenten. Wat denken zij dat kinderen willen leren? En op de derde dia de antwoorden van de leerlingen zelf.
Ik heb ze voor deze bijenekomst geordend met een Wordle. Daarbij is het zo dat woorden die vaker genoemd worden ook groter worden weergegeven. In de presentatie kom ik hier op terug.


Als ik de Wordles bekijk dan zijn deze uiteindelijk in 1 woord samen te vatten: divers.

En de vraag die je hierbij kunt stellen is: op welke manier kun je met ICT inspelen op die diversiteit aan onderwerpen?

Ik heb daarbij de studenten een aantal stappen laten doorlopen:

  1. Denk voordat je aan ICT-toepassingen gaat denken, eerst na over je onderwijsvisie.
  2. Besef je wat de breedte is van de mogelijkheden als het gaat over ICT.
  3. Bedenk ook dat als je wilt kijken of het werkt wat je doet, je dit ook vastlegd
  4. Stel ook vast of je school hier al klaar voor is. Zijn alle zaken op orde?

Met de opdrachten in de presentatie hoop ik dat dit gelukt is. (Lees ook nog de post over de eerste bijeenkomst van vorig jaar)

De tweede jaars lopen stage in de onderbouw en hebben twee keer aanbod gekregen over de mogelijkheden van ICT in de onderbouw. In de eerste bijeenkomst stond vooral het onderwerp Levende Prentenboeken en beginnende geletterdheid en ICT centraal. In de tweede bijeenkomst hebben we verschillende bronnen bekeken die interessant zijn.

De les zijn we trouwens begonnen met het maken van een website. Dit kan heel goed met kleuters op de website van Sesamstraat.

Verder hebben we gekeken naar de mogelijkheden voor het digibord met behulp van een les die Hanneke Meinen heeft gemaakt (en ik toevallig tegenkwam op de IPON).

Aan de hand van de website klascement heb ik de tweedejaars duidelijk gemaakt onder welke verschillende licenties (creative commons) je materialen kunt delen omdat zij dat per leerobject hebben aangegeven. Heel handig en inzichtelijk. Zou op de Nederlandse sites ook best kunnen komen te staan lijkt me.

Voor de kennistoets moeten studenten onder andere de brochure Wat weten we over ICT en de taalontwikkeling van jonge kinderen bestuderen. In de les heb ik hen mogelijke toetsvragen laten bedenken zodat ik hen richtte op de onderwerpen die echt van belang zijn (nadenken over de mogelijkheden van de combinatie van ICT met een bepaald vak).

De extra voorbeelden heb ik niet in de les behandeld. Ze komen uit de publicatie Springplank.

Door vertrek van mijn collega Jan Bulsink is er een vacature ontstaan op Hogeschool Domstad voor docent ICT en onderwijs. Uitgebreide informatie hierover is te vinden op de website van Hogeschool Domstad.

Update: De vacature is inmiddels vervuld. Nieuwe docent is geworden: Don Zuiderman .

De afgelopen jaren zijn we op Hogeschool Domstad druk bezig geweest met het vormgeven van het onderwijs rondom ICT en onderwijs aan de eerstejaars studenten. Deze ontwikkeling werden door verschillende factoren beïnvloed. De grootste factor is dat we een aantal jaren geleden zijn overgestapt van een modulair curriculum naar een competentiegericht curriculum. Deze overstap zorgde er voor dat er opnieuw nagedacht moest worden over de manier van lesgeven, begeleiden, feedback en toetsing. Dit gold natuurlijk voor alle vakken.

In het modulaire onderwijs gaf je als vaksectie een opdracht aan studenten die jijzelf kon aftekenen. De student kreeg voor de opdracht 1 of 2 studiepunten. In de loop van de tijd groeiden de modules van de verschillende vaksecties gelukkig al meer naar elkaar toe. Zo hadden we in het tweede jaar vanuit ICT een gezamenlijke module met Nederlands en Wereldoriëntatie. In deze gezamenlijke module maakte de student kennis met vakoverstijgend werken en kreeg daarbij input vanuit de verschillende specialisaties. De student leverde voor elk vak een deel van de opdracht in en deze werd onder aparte codes weer afgetekend.

Bij het invoeren van het competentiegericht opleiden zocht iedereen weer zijn eigen draai en kwam de samenwerking tussen de verschillende vaksecties in eerste instantie op een lag pitje te staan. Gelukkig zijn we nu ook in dit systeem weer naar elkaar toegegroeid (aan het groeien) en werken studenten nu in een leerarrangement aan vakoverstijgend werken en laten ze zien in hun assessment wat ze hier van geleerd hebben.

Maar goed. De afgelopen jaren hebben we dus aardig wat veranderingen doorgemaakt. Die veranderingen zijn ook steeds gemonitord door de opleiding. Heel goed om te kijken hoe de docenten en de studenten de veranderingen hebben beleefd. Wat duidelijk was is dat het vooral zoeken was naar de juiste vorm. Er waren (en zijn) veel vragen. Hoe zorg je voor gezamenlijkheid en hoe behoud je de vakspecifieke invalshoeken. Hoe verhoudt zich sturing tot vragen van studenten? Hoe verhoudt docentonafhankelijke toetsing (in het assessment) zich tot kwaliteitsbewaking? Het is een voortdurend proces dat interessant is om te doorlopen.

Voor de eerstejaars begint binnenkort het nieuwe programma rondom ICT en onderwijs. Vorig jaar heb ik in het kader van mijn zelfbeoordeling professionele ontwikkeling van de VELON voor de eerstejaars een verzameldocument samen gesteld (zie hier voor eerdere berichten van over dat thema).

Vorig jaar stond voor mij erg de inhoud centraal die ik wilde overbrengen. De didactiek die ik hier bij wilde toepassen om dit te doen was nog in ontwikkeling. Dit jaar wil ik hier nog weer een extra slag in maken. Vooral omdat ik nog niet tevreden ben over de uitwerking van thema 3 van vorig jaar.

Wat zijn mijn uitgangspunten bij de didactiek die ik dit jaar wil uitproberen? Dat zijn er een aantal:

  • koppeling maken tussen theorie en praktijk in de les
  • actief bezig zijn met de stof
  • peerfeedback geven
  • lesgeven aan elkaar

Waarom deze uitgangspunten? Uit onderzoek dat ik uitvoer in het kader van het lectoraat Kantelende Kennis blijkt dat studenten het erg lastig vinden om de koppeling tussen theorie en praktijk te leggen. Ze waarderen het erg als de docent hen hierbij helpt. Dit jaar beginnen we daarom met een modelles waarin we de studenten laten ervaren op wat voor manier je ICT in het onderwijs kunt integreren. Deze les evalueren de studenten. In de les wordt duidelijk op welke manier je ICT kunt gebruiken voor de introductie van je les, voor de verwerking en voor de afsluiting. Meer hierover zal ik in een volgende post schrijven. We willen in de les een goede afwisseling maken tussen informatieoverdracht en zelf actief aan het werk gaan. Alleen theorie kunnen studenten zelf ook bestuderen en alleen praktijk is voor studenten ook niet waardevol. Juist de afwisseling maakt de lessen goed. Studenten moeten in staat zijn om elkaar met behulp van vakspecifieke criteria te helpen. Tot slot willen we graag zien hoe studenten het zich eigen hebben gemaakt en moeten ze ontwikkelde lessen op elkaar uitproberen.

Tot slot neem ik uit de verkenning die ik heb gemaakt rondom de leraardingen mee dat studenten een weblog moeten beginnen waarin ze hun ontwikkeling bijhouden. Peerfeedback zal op deze weblog een belangrijke rol spelen.

Wordt vervolgd.

Deze week ben ik weer begonnen met een nieuw thema voor de studenten. Dit keer gaat het over vakoverstijgend werken en ICT. Ik schreef daar eerder al over. Nadat ik alle lessen gegeven had merkte ik dat ik hier nog niet tevreden over was. Dit kwam vooral omdat ik merkte dat deze manier nog niet aansloot bij de belevingswereld van de student. Ik kon maar moeilijk de termen web 2.0, connectivisme en mobile learning aan hen verkopen.
Achteraf gezien vind ik dit ook niet zo verwonderlijk: ze zijn hier helemaal niet mee bezig. Ze zijn wel bezig om een project te doen op school. Of ze proberen een verhalend ontwerp in elkaar te zetten. Daarom probeer ik het dit jaar anders aan te pakken. Ik benadruk nog meer de mogelijkheden van ICT binnen de verschillende fasen van een project en verhalend ontwerp.
Naar mijn idee zijn er vier mogelijkheden om ICT in te zetten binnen een project of verhalend ontwerp. Dat is tijdens de introductie, in de fase dat kinderen op onderzoek uit gaan, als ze willen discussiëren of overleggen en als ze moeten presenteren.
In de eerste bijeenkomst heb ik laten zien hoe je een mindmap kunt gebruiken om een onderwerp te introduceren. We hebben daarvoor het programma Freemind gebruikt. Ook heb ik de mogelijkheden van Google Earth laten zien voor een introductie.
In de tweede fase heb ik de studenten duidelijk gemaakt dat leerlingen moeten beschikken over informatievaardigheden. De huiswerkopdracht die ze hebben gekregen is om een mindmap te maken van de literatuur die ze moeten bestuderen over informatievaardigheden. In Google Earth moesten de studenten zelf een tour maken. Ook hiervoor hebben ze een huiswerkopdracht gekregen.
Volgende week gaan we verder met onderzoek doen door leerlingen en kijken we ook naar de andere fasen (discussiëren en overleggen en presenteren).

Dat waren de vragen die ik aan de deelnemers stelde op Dé Onderwijsdagen van Surf en Kennisnet die afgelopen dinsdag en woensdag geweest zijn. En wat is hiervoor de beste leeromgeving? Met deze uitdagende en brede vragen zijn ze aan de gang gegaan en hebben een 1-minuutfilmpje opgenomen en aan elkaar laten zien.

Waarom stelde ik die vragen? Voor mijn gevoel heb ik dat tijdens de sessie zelf nog niet goed voor het voetlicht gebracht, bedenk ik me nu. De belangrijkste reden was dat ik er een tijd geleden achter kwam dat er voor aanstaande leerkrachten al minstens twee modellen de ronde deden waarmee ze zich kunnen verdiepen in ICT en onderwijs. Ik vond dat een beetje te gek voor woorden. Volgens mij moeten we op zoek naar één generiek model dat door alle lerarenopleidingen heen gebruikt kan worden om aanstaande leerkrachten te leren hoe ze ICT in het onderwijs kunnen integreren.

De twee modellen waar ik het over heb zijn de Pabotool en de Kennisbasis ICT van ADEF.


Kennisbasis-ICT Versie1.0 Mei 2009

Maar deze twee modellen zijn niet de enige modellen die iets zeggen over wat een leerkracht nou allemaal precies zou moeten kunnen, weten en willen. Tot nu toe heb ik al de volgende bronnen geselecteerd:
  • Pabotool
  • Kennisbasis ICT van ADEF
  • DRO-vaardigheden
  • ECDL
  • ICT-assessmenttool
  • Vier in balans Plus
  • Digitale didactiek van Robert-Jan Simons
  • ICT eindtermen uit Vlaanderen
  • Leerlijn mediawijsheid
  • 23 dingen (met onderverdelingen in 23things, 23 onderwijsdingen en 23 OVC-dingen).
  • MBO-tool.

Voor zover mogelijk heb ik alle doelen die deze instrumenten willen bereiken in een mindmap gezet. En deze mindmap is zo omvangrijk dat ik moeite heb om die te publiceren om te delen met anderen of te presenteren.




Als je goed kijkt zie je dat in de mindmap behalve de tak “Wat zou een leerkracht moeten kunnen” ook nog takken zitten voor “Richtlijnen vanuit de overheid”, “Leren voor de 21ste eeuw” en “Leerlingen van de 21ste eeuw”. Deze hangen namelijk naar mijn idee erg met elkaar samen.
De richtlijnen vanuit de overheid hebben invloed op het curriculum dat op lerarenopleidingen gegeven kan worden. Denk alleen al maar aan de sterke nadruk die nu wordt gelegd op rekenen en taal. Die verdrukken straks als we niet oppassen alle andere leergebieden.

Mijn idee is om in eerste instantie alle instrumenten na te lopen en te kijken welke doelen precies nagestreefd worden. Aanvulling van modellen is ook van harte welkom.

Verder zie je dat in de conceptmap ook nog het TPACK-model is opgenomen. Dit model geeft niet zozeer de doelen aan die leerkrachten zouden moeten bereiken maar meer de manier waarop dit zou moeten. Punya Mishra en Matthew J. Koehler geven aan dat Technology in samenhang onderwezen moet worden met Didactiek (in het Engels noemt men dit Pedagogy) en Content. Een concreet voorbeeld hiervan zou bijvoorbeeld zijn dat je het programma Google Earth inzet om via de geografische vierslag uit te leggen hoe een stad is opgebouwd.

Volgens mij is dit een waardevol model. Als een leerkracht in staat is om ICT in zijn onderwijs zo te gebruiken dat zowel zijn didactiek versterkt wordt en zijn content beter wordt overgebracht is hij volgens mij competent.

De 1-minuutfilmpjes heb ik aan elkaar geplakt en zijn hieronder te zien.




En tot slot de presentatie die ik heb gebruikt. Ook te vinden op het gezamenlijke slideshareaccount van De Onderwijsdagen.

Wordt vervolgd. Wie mee wil denken hierin is van harte uitgenodigd.

De afgelopen week heeft mijn collega van Hogeschool Domstad, Jan Bulsink, een aantal interessante posts geschreven over de netwerklerende. Voor deze posts verwijst hij naar Wim Veen over de nieuwe lerende. en combineerde hij dat met input van Mitch Joel. De stappen zoals Jan ze benoemt bij de netwerklerende zijn:

Fase 1: Activering
Fase 2: Identificatie
Fase 3: Groepslid
Fase 4: Profilering binnen de groep
Fase 5: Entiteit

Aangezien Jan op Hogeschool Domstad tegenover mij zit, hadden we deze week over de posts die hij had geschreven. Vond het erg leuk om een bloggende collega te hebben. Daarin hebben we het onderwerp verder verkend. We keken op welke manier deze fasen ook voor het (basis)onderwijs van toepassing zouden zijn. Kun je het met kinderen ook hebben over de netwerklerende? In eerste instantie leek me dit namelijk nogal te ver van de basisschool afstaan. Maar toen moest ik denken aan het onderwerp mediawijsheid. En daarmee kun je de fasen heel mooi invullen met de volgende vragen:

Fase 1: Wat doe je op Internet?
Fase 2: Wat vind je daar precies leuk aan?
Fase 3: Hoe gedraag je je op internet?
Fase 4: Wat vertelt dat over jou?
Fase 5: Hoe ga je nu verder? Verander je iets of laat je zoals het is?

Die opdracht moeten we maar eens aan onze studenten geven. Om zelf te beantwoorden en om met leerlingen van de basisschool aan de slag te gaan. En het is misschien ook goed om die vraag eens aan onszelf voor te leggen. Heb zoiets al een keer gedaan maar nog niet via deze ordening.