Gerard Dummer

Alles over Onderwijs en ICT.

Browsing Posts tagged wikiwijs

Deze periode verzorgen we lessen samen met vakdocenten van onder andere Nederlands. Onderwerpen die aan de orde komen zijn woordenschat en informatievaardigheden. Wij laten zien hoe je binnen woordenschatonderwijs ICT kunt inzetten. Ook laten we zien hoe je stellen en lezen kunt combineren met informatievaardigheden. De manieren staan in de presentatie op een rijtje.


Voor het digibord heb ik ook een paar eenvoudige interactieve woordenschatoefeningen gemaakt. Die is te vinden op Wikiwijs. Het duurde trouwens wel een paar dagen dat mijn les daar te vinden was in de resultaten. Weet niet wat de ervaringen van anderen hier mee zijn?

Vandaag samen met mijn collega, Don, een les voorbereid die we volgende week, samen met collega Taal, aan de tweedejaars gaan geven. In deze post vertel ik over de making of de taalquest Wanted.

De les staat in het teken van de mogelijkheden die je hebt om bij Engels ICT in te zetten. We zijn daarbij uitgegaan van het vier fasenmodel zoals ze dat bij Engels gebruiken: introductiefase, inputfase, oefenfase en overdrachtsfase. Voor de vierde fase heb ik een taalquest gemaakt. Uitleg over het maken van een taalquest vind je op taalquest van Kennisnet.

Daar legt Gerard Westhoff uit wat de voorwaarden zijn voor het maken van een goede taalquest. Naast dat het moet voldoen aan de regels van de webquest (leerlingen stappen in een rol, werken naar een eindopdracht toe waarbij ze de informatie uit internetbronnen halen) moet je dus ook rekening houden met de achtergrond van het leren van een vreemde taal. In de handreiking schrijft hij over taalquest voor beginnende sprekers van een vreemde taal:

TalenQuests die voor beginners of lagere klassen worden ontwikkeld hebben speciale kenmerken, zoals:

  • als bron kan ook semiauthentiek materiaal worden gebruikt
  • het product mag grotendeels bestaan uit “kant en klare” formules
  • het verwerken van de input in de vreemde taal betekent in dit geval vooral: formules knippen en plakken

Bijvoorbeeld:

  • het thema is: verjaardag vieren
  • de taak is: ga naar een Franse websites met e-card, kies er één en stuur de card met een bericht naar een leeftijdegnoot in Frankrijk
  • de bronnen zijn: andere teksten van e-cards, voorbeelden uit de leergang, voorbeelden van verjaardagskaarten
  • het product is: een kaart met verjaardagswensen

In de taalquest (of talenquest) die ik heb gemaakt staat het onderwerp “Gezicht” centraal. Leerlingen moeten een compositietekening maken van een overvaller. Het onderwerp gezicht (lichaam) is een van de onderwerpen die worden genoemd op tule die geschikt is voor het basisonderwijs. Alle onderwerpen op een rijtje:

  • kennismaken met
  • wonen
  • vrijetijdsbesteding en hobby’s
  • eten en drinken
  • tijdsaanduiding
  • beschrijven van personen
  • op straat
  • in de winkel
  • in de klas
  • feesten
  • het weer

Nadat ik de taalquest had bedacht heb ik die gemaakt in Google Sites. In Google Sites heb ik gezocht naar een webquest sjabloon. Ik vond een van Bart Van den Driessche die onder andere op Klascement actief is. Dit sjabloon heb ik gecombineerd met een thema van Google zelf. Tot slot heb ik nog een lerarenpagina aangemaakt zodat ik ook enige achtergrondinformatie kon toevoegen.

Op de openingspagina van de taalquest heb ik een plaatje toegevoegd van Sherlock Holmes. Dat plaatje vond ik door op Google Afbeeldingen te zoeken. Daarbij heb ik de geavanceerde optie gebruikt waarbij ik de keuze voor “gelabeld voor hergebruik” heb gekozen. Dit plaatje is afkomstig van Wikimedia Commons en staat in het Publieke Domein en kan ik dus zo gebruiken.

Nu was de taalquest bedacht, gemaakt en stond het online. Het enige wat ik nog moest doen was zorgen dat anderen het zouden kunnen vinden. Daarom ben ik op Wikiwijs ingelogd en heb daar het als bron aangemeld.

Kennis

  • Ik ken de opbouw van een webquest
  • Ik weet wat de extra eisen zijn een taalquest
  • Ik ben bekend met de opbouw van een les Engels op de basisschool
  • Ik weet in welke fase een taalquest ingezet kan worden binnen een les Engels op de basisschool
  • Ik weet dat er op afbeeldingen die ik wil gebruiken op internet geen copyright mag zitten
  • Ik weet waar ik moet zoeken om afbeeldingen te vinden waarop geen copyright zit
  • Ik weet dat ik met Google Sites eenvoudig een website kan bouwen
  • Ik weet dat ik op Wikiwijs materialen kan delen met andere gebruikers

Vaardigheden

  • Ik kan met Google Sites een website maken
  • Ik kan screenshots maken van een webpagina
  • Ik kan hyperlinks koppelen aan een afbeelding
  • Ik kan op Wikiwijs een bron delen

Attitude

  • Ik ben bereid om educatief materiaal te delen met andere leraren
  • Ik ben bereid om geen auteursrechten te schenden

De les die we volgende week hebben duurt 50 minuten. Daarin laten we van al de vier fasen zien hoe je ICT kunt gebruiken. De taalquest is daar een onderdeel van. Dat wordt dus een uitdaging.

Vandaag was ik bij de officiële start van Wikiwijs. Een project dat niet in techniek maar wel in gedachte een wiki is. Omdat de minister van Onderwijs, Ronald Plasterk, in Breda moest zijn, reisde het hele circus voor Wikiwijs ook af richting Breda. Gelukkig was deze keer een bewindsman ook echt aanwezig bij een bijeenkomst waar die op het programma stond. Ik bedoel, het is me al een aantal keer overkomen dat er een politicus op het programma stond en dat deze onverwacht werd weggeroepen naar de Tweede Kamer. Maar dat terzijde.

Er is al veel geschreven over Wikiwijs. Niet altijd even positief moet ik zeggen. Er worden vraagtekens gezet bij de vraag of docenten bijvoorbeeld bereid zijn lessen met elkaar te delen. Of dat de omgeving waarin het moet gebeuren hiervoor geschikt is. Ik moet zeggen dat ik hoop dat Wikiwijs een mogelijkheid zal zijn voor leraren om meer op maat onderwijs te kunnen verzorgen aan leerlingen.



Een belangrijke vraag is of docenten in staat zijn om digitaal leermateriaal te arrangeren en ontwikkelen. Binnen een project van Kennisnet ben ik hier met een groep mede-opleiders mee bezig. In deze groep hebben we ons afgevraagd wat we van docenten kunnen vragen. Volgens mij zijn er een paar zaken waarbij je rekening moet houden. Je hebt de inhoudelijke lijn die loopt van eenvoudig naar complex en je hebt de technische lijn die ook loopt van eenvoudig naar complex.

Onder inhoudelijk en technisch eenvoudig versta ik bijvoorbeeld een A-4tje tekst over een uitgekristalliseerd onderwerp. Onder inhoudelijk en technisch complex versta ik bijvoorbeeld een game waarin leerlingen de principes van de economie leren.

Uit de bijeenkomst van vandaag werd me weer eens duidelijk dat voor een complex inhoudelijk en/of technisch arrangement of ontwikkeld materiaal je niet van 1 docent uit kunt gaan die dat arrangeert of ontwikkelt. Maar dat je een team moet hebben, aangevuld met een projectorganisatie, ondersteund door het management en door gespecialiseerde externen.

Ik vind de module die we ontwikkelen ook wel in perspectief zetten, moet ik zeggen. Ik vind dat een student de basis moet kennen van zelf arrangeren en ontwikkelen. Dat hij/zij ook ziet wat het betekent als hij/zij meer wil doen. En dat die student dan in staat is aan te geven hoe die dat zou willen aanpakken.

Voor Wikiwijs betekent dat dit besturen/ samenwerkingsverbanden de handen in een moeten slaan als ze willen dat digitaal leermateriaal op grote schaal ontwikkeld moet gaan worden.

Een tijdje geleden vroeg Marjon Bakker van Kennisnet aan mij of ik me ook bezig hield met digitaal leermateriaal. Ik heb toen een paar voorbeelden gegeven op welke manier ik hier mee bezig ben. Deze zijn nu te lezen op de website van Wikiwijs.
Op deze pagina komen ook Jeroen Clemens, Elle Peters en Bob Hofman aan het woord. Ook zij vertellen hoe ze gebruik maken van digitaal leermateriaal. Ik denk dat op deze manier nog een hele groep leerkrachten kan aanvullen hoe zij met digitaal leermateriaal omgaan. Dat kun je zelf doen door te reageren op deze pagina.